Kennisbank › Berekenen
Hoe bereken je pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde van een auto?
De pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde van een auto bereken je door de fiscale bijtellingsgrondslag te vermenigvuldigen met het toepasselijke bijtellingspercentage en vervolgens het eindheffingstarief van 31,45% toe te passen. Deze heffing geldt voor werkgevers die een auto ter beschikking stellen aan werknemers die de auto ook privé gebruiken. In de secties hieronder werken we elke stap en elk relevant begrip gedetailleerd uit.
Wat is de grondslag voor pseudo-eindheffing bij een leaseauto?
De grondslag voor de pseudo-eindheffing bij een leaseauto is de cataloguswaarde van de auto op het moment van eerste toelating tot het verkeer in Nederland. Dit is de consumentenprijs inclusief btw, bpm en fabrieksopties zoals die door de importeur wordt vastgesteld. De cataloguswaarde verandert niet gedurende de looptijd van het leasecontract, ook niet als de auto in waarde daalt.
Het is belangrijk te begrijpen dat de cataloguswaarde als grondslag dient voor zowel de fiscale bijtelling als de pseudo-eindheffing. De bijtelling wordt berekend als een percentage van de cataloguswaarde en vormt het voordeel dat de werknemer geacht wordt te genieten door het privégebruik van de auto. De pseudo-eindheffing is vervolgens een aanvullende werkgeversheffing over datzelfde voordeel.
Voor operational lease en financial lease geldt dezelfde cataloguswaarde als grondslag. Het maakt voor de fiscus niet uit of je de auto least of koopt: bepalend is de officiële catalogusprijs bij eerste toelating.
Hoe bereken je de pseudo-eindheffing stap voor stap?
Je berekent de pseudo-eindheffing in drie stappen: bepaal eerst de cataloguswaarde, vermenigvuldig die met het toepasselijke bijtellingspercentage om de bijtellingsgrondslag te vinden, en pas vervolgens het eindheffingstarief van 31,45% toe op dat bedrag. Het resultaat is het bedrag dat de werkgever per jaar aan pseudo-eindheffing verschuldigd is.
Stap 1: Stel de cataloguswaarde vast
Zoek de officiële cataloguswaarde op zoals die gold bij de eerste toelating van de auto. Dit bedrag staat vermeld in het kentekenregister van de RDW en is ook terug te vinden in de leaseovereenkomst of het kentekenbewijs. Let op: accessoires die achteraf worden toegevoegd tellen niet mee, tenzij ze deel uitmaakten van de originele fabrieksconfiguratie.
Stap 2: Bereken de jaarlijkse bijtelling
Vermenigvuldig de cataloguswaarde met het bijtellingspercentage dat van toepassing is op de auto. Voor de meeste fossiele personenauto’s bedraagt dit percentage in 2026 22%. Het resulterende bedrag is de jaarlijkse bijtelling: het fiscale voordeel dat de werknemer geniet.
Stap 3: Pas het pseudo-eindheffingstarief toe
Bereken 31,45% van de jaarlijkse bijtelling. Stel dat de cataloguswaarde van de leaseauto 45.000 euro bedraagt en het bijtellingspercentage 22% is, dan bedraagt de jaarlijkse bijtelling 9.900 euro. De pseudo-eindheffing voor de werkgever is dan 31,45% van 9.900 euro, wat neerkomt op circa 3.113 euro per jaar per auto.
Wil je snel een indicatie voor jouw situatie? Met onze lease calculator krijg je direct inzicht in de kosten.
Welk bijtellingspercentage geldt voor jouw leaseauto?
Het bijtellingspercentage dat geldt voor jouw leaseauto hangt af van het type brandstof en de CO2-uitstoot. In 2026 geldt voor vrijwel alle fossiele personenauto’s een bijtellingspercentage van 22% van de cataloguswaarde. Voor volledig elektrische auto’s geldt een lager percentage, maar die vallen buiten de pseudo-eindheffing.
De percentages zijn de afgelopen jaren stapsgewijs aangepast en zijn vastgelegd in de Wet op de loonbelasting. Voor een reguliere benzine- of dieselauto met een cataloguswaarde boven de 0 euro geldt in 2026 het standaardtarief van 22%. Er zijn geen aparte schijven meer op basis van CO2-uitstoot voor fossiele voertuigen zoals dat vroeger het geval was.
Volledig elektrische personenauto’s en waterstofauto’s vallen buiten de pseudo-eindheffing. Voor elektrische auto’s geldt wel een bijtelling, maar die telt niet mee voor de berekening van de pseudo-eindheffing. Dit maakt elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk voor zowel werkgever als werknemer.
Wanneer ben je als werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd?
Als werkgever ben je pseudo-eindheffing verschuldigd zodra je een fossiele personenauto ter beschikking stelt aan een werknemer die de auto ook voor privédoeleinden gebruikt, inclusief woon-werkverkeer. De heffing is van toepassing vanaf het moment dat de bijtelling in de loonheffing wordt verwerkt en er geen geldige “Verklaring geen privégebruik auto” aanwezig is.
Een aantal situaties valt uitdrukkelijk niet onder de pseudo-eindheffing:
- Volledig elektrische personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 g/km
- Waterstofauto’s
- Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt en waarvoor een geldige Verklaring geen privégebruik aanwezig is, waarbij ook geen woon-werkverkeer plaatsvindt
- Bestelwagens en vrachtwagens (alleen personenauto’s in de zin van de bpm-wet vallen onder de regeling)
Er geldt een overgangsregeling voor leasecontracten die al liepen vóór de invoering van de pseudo-eindheffing. Die bescherming vervalt echter direct als de auto van werkgever wisselt, bijvoorbeeld doordat een werknemer in dienst treedt bij een nieuwe werkgever en de auto meeneemt. Voor die nieuwe werkgever geldt de heffing dan direct vanaf 1 januari 2027. Ook een interne overdracht tussen afzonderlijke juridische entiteiten met verschillende loonheffingsnummers, zelfs binnen één holding, doet de overgangsbescherming per direct vervallen. Interne wisselingen naar een andere werknemer of vestiging binnen dezelfde juridische entiteit met hetzelfde loonheffingsnummer tasten de overgangsregeling niet aan.
Werkgevers die de pseudo-eindheffing willen vermijden, hebben een aantal opties:
- Uitsluitend volledig elektrische of waterstofauto’s aanbieden aan werknemers
- Geen auto van de zaak verstrekken en werknemers zakelijke kilometers belastingvrij laten declareren (0,23 euro per kilometer)
- Een mobiliteitsbudget aanbieden, waarbij er wel op gelet moet worden dat als de werknemer dat budget gebruikt voor een fossiele auto van de zaak, zowel de bijtelling als de pseudo-eindheffing alsnog van toepassing zijn
Wat is het verschil tussen pseudo-eindheffing en reguliere loonheffing?
Het belangrijkste verschil is wie de belasting betaalt en hoe die wordt berekend. Bij reguliere loonheffing wordt de bijtelling opgeteld bij het loon van de werknemer en betaalt de werknemer belasting over dat voordeel via de progressieve loonbelastingtarieven. Bij de pseudo-eindheffing betaalt de werkgever een afzonderlijke heffing van 31,45% over de bijtellingsgrondslag, bovenop de reguliere loonheffing van de werknemer.
De pseudo-eindheffing is dus een extra kostenpost voor de werkgever en staat los van wat de werknemer zelf betaalt. De werknemer blijft gewoon loonbelasting betalen over de bijtelling via de normale systematiek. De werkgever draagt de pseudo-eindheffing af als een separate werkgeversheffing in de aangifte loonheffingen.
Een ander verschil is de grondslag. Reguliere loonheffing is progressief: hoe hoger het totale loon van de werknemer, hoe hoger het tarief. De pseudo-eindheffing kent een vast tarief van 31,45% en is niet afhankelijk van het overige inkomen van de werknemer. Dit maakt de berekening eenvoudiger, maar de impact voor werkgevers met veel leaserijders is aanzienlijk.
Hoe verwerk je pseudo-eindheffing in de loonadministratie?
De pseudo-eindheffing verwerk je in de loonadministratie als een afzonderlijke werkgeversheffing in de aangifte loonheffingen. Je geeft het bedrag op in een aparte rubriek voor pseudo-eindheffing en draagt het maandelijks of per tijdvak af aan de Belastingdienst, tegelijk met de reguliere loonheffingen.
In de praktijk betekent dit dat je per werknemer met een fossiele leaseauto de volgende gegevens bijhoudt en verwerkt:
- De cataloguswaarde van de ter beschikking gestelde auto
- Het toepasselijke bijtellingspercentage
- De berekende jaarlijkse bijtelling als grondslag voor de pseudo-eindheffing
- Het pseudo-eindheffingsbedrag op basis van 31,45% van die grondslag, omgerekend naar het aangiftetijdvak
De pseudo-eindheffing is voor de werkgever een aftrekbare bedrijfskost en wordt niet als loon aangemerkt bij de werknemer. Je hoeft de heffing dus niet op de loonstrook van de werknemer te vermelden, maar wel in de eigen financiële administratie als personeelsgerelateerde belastingkost.
Voor ondernemers die zakelijk auto leasen is het verstandig om de pseudo-eindheffing al bij het afsluiten van een leasecontract mee te nemen in de totale kostenberekening. Zo voorkom je verrassingen in de loonadministratie en houd je de mobiliteitskosten per werknemer goed in beeld. Bij vragen over de fiscale verwerking van leaseauto’s in jouw organisatie is het altijd raadzaam een belastingadviseur of salarisadministrateur te raadplegen die bekend is met de actuele wet- en regelgeving.
Lees ook over berekenen
Alle artikelen over berekenen