Pseudo-eindheffing bij een leaseauto geldt per werknemer afzonderlijk. Elke werknemer met een leaseauto heeft zijn of haar eigen loongrens van €150.000, en alleen wanneer het fiscale loon van die specifieke werknemer deze grens overschrijdt, betaalt de werkgever 16% pseudo-eindheffing over het meerdere. Het aantal werknemers met een leaseauto heeft geen invloed op elkaars berekening.
Dit maakt de regeling bij meerdere leaserijders overzichtelijker dan veel werkgevers denken, maar tegelijkertijd kan de cumulatieve loonkostenlast bij een groter wagenpark snel oplopen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe de pseudo-eindheffing in de praktijk werkt, hoe je de drempel correct berekent, en wat je als werkgever kunt doen om de kosten te beheersen.
Hoe wordt pseudo-eindheffing per werknemer berekend?
De pseudo-eindheffing voor een leaseauto wordt berekend door het fiscale loon van de individuele werknemer te vergelijken met de drempel van €150.000. Overschrijdt het loon inclusief bijtelling die grens, dan betaalt de werkgever 16% eindheffing over het bedrag waarmee het loon de €150.000 te boven gaat. De berekening vindt per persoon plaats, niet over het totale loonbudget.
De bijtelling van de leaseauto speelt hierbij een directe rol. De fiscale bijtelling, doorgaans 16% of 22% van de cataloguswaarde van de auto, wordt bij het reguliere loon van de werknemer opgeteld om het totale fiscale loon te bepalen. Dat gecombineerde bedrag wordt vervolgens afgezet tegen de drempel van €150.000.
Een praktisch voorbeeld: een werknemer verdient €160.000 bruto per jaar en rijdt in een leaseauto met een bijtelling van €8.000. Het fiscale loon bedraagt dan €168.000. Het bedrag boven de drempel is €18.000. De werkgever betaalt 16% over dat bedrag, wat neerkomt op €2.880 aan pseudo-eindheffing voor die werknemer.
Belangrijk is dat de pseudo-eindheffing een werkgeversheffing is. De werknemer merkt er niets van in zijn of haar nettoloon. De heffing komt volledig voor rekening van de werkgever en wordt afgedragen via de aangifte loonheffingen.
Wat telt mee als loon voor de pseudo-eindheffing drempel?
Voor de pseudo-eindheffing drempel telt het zogenoemde toetsloon mee: het fiscale loon dat de werknemer in het voorafgaande kalenderjaar heeft genoten bij dezelfde werkgever. Dit omvat het reguliere brutoloon, vakantiegeld, bonussen, winstuitkeringen en andere vaste looncomponenten. De bijtelling van de leaseauto telt hier ook bij op.
Het gaat uitdrukkelijk om het loon uit het vorige jaar, niet het lopende jaar. De Belastingdienst hanteert het loon van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de pseudo-eindheffing verschuldigd is als toetsingsgrondslag. Dit betekent dat je als werkgever in 2026 kijkt naar het fiscale loon van 2025 om te beoordelen of de drempel wordt overschreden.
Wat telt niet mee?
Niet alle vergoedingen en verstrekkingen tellen mee voor het toetsloon. Vrijgestelde vergoedingen die onder de werkkostenregeling vallen, zoals een onbelaste reiskostenvergoeding of een thuiswerkvergoeding binnen de vrije ruimte, worden buiten beschouwing gelaten. Ook eindheffingsbestanddelen die de werkgever al zelf belast via de werkkostenregeling, tellen niet mee voor het individuele toetsloon.
Wat telt wel mee?
Alles wat als individueel loon aan de werknemer wordt toegerekend en belast is in de loonheffing, telt mee. Denk aan het vaste salaris, variabele beloning zoals bonussen en provisies, de fiscale bijtelling van de leaseauto, aandelenopties op het moment van uitoefening, en eventuele andere belaste vergoedingen die direct aan de werknemer zijn toe te rekenen.
Hoe werkt de drempel van €150.000 bij een leaseauto?
De drempel van €150.000 is de grens waarboven de werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd is. Bij een werknemer met een leaseauto wordt de bijtelling bij het reguliere loon opgeteld. Pas als dit totaal boven de €150.000 uitkomt, is de heffing van toepassing. De bijtelling kan dus de doorslag geven voor werknemers die dicht bij de grens zitten.
Stel dat een werknemer een brutosalaris van €145.000 heeft en een leaseauto rijdt met een jaarlijkse bijtelling van €9.000. Het totale fiscale loon bedraagt dan €154.000. Zonder de leaseauto zou de werknemer onder de drempel blijven. Met de bijtelling wordt de grens met €4.000 overschreden, wat resulteert in een pseudo-eindheffing van €640 (16% van €4.000) voor de werkgever.
Dit effect treedt op bij alle vormen van operationele lease waarbij de werkgever de auto ter beschikking stelt. De hoogte van de bijtelling hangt af van de cataloguswaarde en het emissieprofiel van de auto. Een duurdere of minder zuinige auto leidt tot een hogere bijtelling en vergroot daarmee de kans dat de drempel wordt overschreden.
Geldt de pseudo-eindheffing voor elke werknemer met een leaseauto apart?
Ja, de pseudo-eindheffing wordt voor elke werknemer met een leaseauto volledig afzonderlijk beoordeeld en berekend. Er is geen sprake van een gecombineerde drempel voor het wagenpark als geheel. Elke werknemer heeft zijn eigen toetsloon en zijn eigen drempel van €150.000. Werknemers die onder de drempel blijven, leiden niet tot enige heffing, ongeacht hoeveel collega’s er ook een leaseauto rijden.
Dit is een belangrijk verschil met andere werkgeverslasten waarbij een totaalbedrag of een gemiddelde over meerdere werknemers wordt gehanteerd. Bij de pseudo-eindheffing is de individuele beoordeling leidend. Een bedrijf met tien leaserijders kan dus te maken hebben met pseudo-eindheffing voor twee van hen, terwijl de overige acht volledig buiten de heffing vallen.
De verplichting om de heffing af te dragen rust altijd bij de werkgever, ook als de werknemer een eigen bijdrage betaalt voor de leaseauto. Een eigen bijdrage van de werknemer verlaagt weliswaar de bijtelling en daarmee het fiscale loon, maar heft de heffingsplicht van de werkgever niet op als de drempel alsnog wordt overschreden.
Wat zijn de gevolgen voor de loonkosten bij meerdere leaserijders?
Bij meerdere werknemers met een leaseauto kunnen de kosten van de pseudo-eindheffing aanzienlijk oplopen, ook al geldt de berekening per individu. Elke werknemer die de drempel van €150.000 overschrijdt, genereert een afzonderlijke heffing voor de werkgever. Bij een groter wagenpark met hoogbetaalde rijders kan de cumulatieve last een substantieel deel van de totale loonkosten uitmaken.
De impact is het grootst in sectoren waar hoge salarissen en ruime leasebudgetten samengaan, zoals de financiële dienstverlening, de technologie-industrie en de zakelijke dienstverlening. Werkgevers in deze sectoren doen er goed aan de pseudo-eindheffing structureel mee te nemen in de berekening van de totale beloningskosten per medewerker.
Naast de directe heffing spelen ook indirecte kosten een rol. De administratieve last van het bijhouden van toetslonen per werknemer, het tijdig signaleren van drempeloverschrijdingen en het correct verwerken van de heffing in de loonaangifte vergt capaciteit. Voor grotere organisaties met een omvangrijk wagenpark is een gestructureerde monitoring van de loondata per leaserijder dan ook geen overbodige luxe.
Hoe kunnen werkgevers de pseudo-eindheffing beperken?
Werkgevers kunnen de pseudo-eindheffing beperken door bewust te sturen op de hoogte van de bijtelling, de samenstelling van het beloningspakket en de keuze van het leasecontract. Er zijn meerdere legale strategieën om de heffingsgrondslag te verlagen of te voorkomen dat de drempel van €150.000 wordt overschreden.
Stuur op de cataloguswaarde van de leaseauto
Een lagere cataloguswaarde leidt direct tot een lagere bijtelling en daarmee tot een lager fiscaal loon. Voor werknemers die dicht bij de drempel zitten, kan het kiezen van een minder dure leaseauto het verschil maken tussen wel of niet in de heffing vallen. Volledig elektrische auto’s hebben in 2026 nog steeds een verlaagd bijtellingspercentage, wat de fiscale impact verder beperkt. Bespreek met een fiscalist welk leaseaanbod het beste aansluit bij de fiscale positie van de betrokken werknemer.
Overweeg een eigen bijdrage van de werknemer
Als een werknemer een eigen bijdrage betaalt voor het privégebruik van de leaseauto, wordt deze bijdrage in mindering gebracht op de bijtelling. Dit verlaagt het fiscale loon en kan de drempeloverschrijding beperken of zelfs voorkomen. De eigen bijdrage moet wel zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of een bijlage daarop en mag niet hoger zijn dan de bijtelling zelf.
Herzie de beloningsstructuur
In sommige gevallen is het zinvol om de beloningsstructuur te herzien. Wanneer een werknemer ruim boven de drempel zit, biedt het omzetten van belast loon naar vrijgestelde vergoedingen binnen de werkkostenregeling mogelijkheden om het toetsloon te verlagen. Dit vraagt om een zorgvuldige fiscale analyse, maar kan structureel voordeel opleveren.
Bij Leaselabel helpen we werkgevers met het inzichtelijk maken van de totale kosten van een leaseauto per werknemer, inclusief de fiscale aspecten. Of het nu gaat om zakelijke lease voor het MKB of een groter wagenpark, wij denken graag mee over een oplossing die past bij jouw situatie. Transparantie en eenvoud staan daarbij altijd centraal, want leasen moet simpel zijn, ook als de fiscaliteit complex lijkt.





