Bij een financial lease holding sluit meestal de werkmaatschappij het contract, niet de holding. De werkmaatschappij gebruikt de auto voor de bedrijfsvoering. Reken eerst je maandbedrag met de lease calculator en kijk daarna naar de structuur.
Veel ondernemers hebben een holding met daaronder een of meer werkmaatschappijen. Dat roept de vraag op waar de auto hoort. De keuze bepaalt wie de kosten draagt, wie de btw terugvraagt en waar de bijtelling terechtkomt.
Een eenvoudige vuistregel helpt: de auto hoort bij de entiteit die hem zakelijk gebruikt. In de meeste gevallen is dat de werkmaatschappij. Er zijn uitzonderingen, en daar gaat dit artikel op in.
Bij financial lease is degene die het contract tekent de lessee. Die partij betaalt de termijnen en wordt economisch eigenaar van de auto. De bestuurder hoeft niet dezelfde partij te zijn.
Meestal zit de DGA in loondienst bij de werkmaatschappij en rijdt de auto als werknemer. De werkmaatschappij leaset de auto en stelt hem ter beschikking. Dat past bij de regels voor een auto van de zaak.
Een geldverstrekker toetst de partij die het contract tekent. Bij een jonge BV kijkt hij naar de gegevens van die BV en soms ook naar de aandeelhouder. Wat precies wordt gevraagd, verschilt per geldverstrekker. Vraag er dus vooraf naar.
Lees voor de basis eerst wat financial lease is en zakelijk leasen met een eenmanszaak, vof of bv.
Een holding die alleen aandelen houdt en geen diensten levert, is voor de btw geen ondernemer. Zo'n holding kan daarom geen btw aftrekken op een auto (Belastingdienst, 2026). Alleen een holding die diensten levert aan werkmaatschappijen tegen een vergoeding, zoals managementdiensten, kan wel btw-ondernemer zijn. Dat vraagt een feitelijke dienstverlening.
Ook zonder btw-kwestie blijft de vraag of de holding de auto zakelijk gebruikt. Zonder eigen bedrijfsactiviteiten is dat lastig te onderbouwen. De Belastingdienst kan dan kosten weigeren of het privégebruik zwaarder laten meewegen.
Een auto in de holding kan wel logisch zijn bij een managementholding met echte werkzaamheden. Denk aan een holding die bestuurt, adviseert of meerdere werkmaatschappijen aanstuurt. Leg de afspraken tussen holding en werkmaatschappij dan schriftelijk vast.
Neem een installatiebedrijf in een BV, met een holding erboven die alleen de aandelen bezit. De DGA rijdt de auto naar klanten. Hier hoort het contract bij de BV, omdat de BV de auto zakelijk gebruikt en de omzet maakt.
Neem nu een holding die de leiding geeft aan drie bedrijven en daarvoor een managementvergoeding ontvangt. De DGA reist langs alle bedrijven. Hier kan de auto bij de holding passen, zolang de dienstverlening echt plaatsvindt en is vastgelegd.
In beide gevallen telt de praktijk, niet de naam van de entiteit. Kijk wie de auto gebruikt, wie de omzet maakt en wie de kosten kan dragen.
Rijdt de DGA meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé in een auto van de zaak, dan geldt de bijtelling. Voor de meeste auto's is dat 22 procent van de cataloguswaarde (Belastingdienst, 2026). Voor elektrische auto's gelden andere percentages. De bijtelling wordt via de loonadministratie verwerkt.
Hoe bijtelling bij financial lease werkt, lees je in bijtelling bij financial lease. Rijd je minder dan 500 kilometer privé, dan kun je de bijtelling voorkomen met een sluitende rittenregistratie.
Bij de btw telt het zakelijk gebruik. Een werkmaatschappij met btw-plichtige omzet kan onder voorwaarden btw terugvragen, met een correctie voor privégebruik. De voorwaarden vind je in btw terugvragen bij financial lease.
Ben je dienstverlener zonder btw-plichtige omzet, bijvoorbeeld in de zorg, dan gelden andere regels. Vraag je boekhouder wat voor jouw sector geldt. Een algemene regel is hier niet te geven.
Bij financial lease komt de auto op de balans van de partij die het contract heeft. De lening staat dan als schuld aan de passiefkant. Voor je jaarrekening heeft dat gevolgen voor je solvabiliteit en je kredietruimte.
Heb je holding en werkmaatschappij in een groep, dan telt de schuld ook in de geconsolideerde cijfers mee. Hoe je dit boekt, lees je in financial lease op je balans boeken. Overleg met je accountant voordat je het contract tekent.
Een structuur staat niet voor altijd vast. Je richt een nieuwe BV op, voegt een tweede werkmaatschappij toe of verkoopt een tak. Dan kan de auto in de verkeerde entiteit staan.
Wat er met een bestaand contract gebeurt, hangt af van de voorwaarden en van de geldverstrekker. Overdracht is niet altijd mogelijk en vraagt vaak toestemming. Lees meer in financial lease bij verandering van rechtsvorm.
Kies daarom bij het begin de entiteit die langdurig bij de auto past. Dat voorkomt een kostbare overstap midden in de looptijd.
Wij kopen in bij meerdere geldverstrekkers en leasemaatschappijen en reageren binnen één werkdag. Zo leggen we voor jouw structuur meerdere voorwaarden naast elkaar. Heb je al een offerte, dan leggen we die gratis naast de onze via je offerte laten vergelijken.
We duiken er vaak onder, maar dat is geen garantie. Het hangt af van de auto, de looptijd en de toetsing van de geldverstrekker.
Kijk eerst waar het zakelijke gebruik zit. Gebruikt de werkmaatschappij de auto voor de bedrijfsvoering, dan hoort het contract daar. Heeft je holding echte werkzaamheden, dan kan het ook daar, mits je het onderbouwt.
Bespreek je keuze met je boekhouder of belastingadviseur. Zij kennen je structuur en kunnen de gevolgen voor btw en bijtelling doorrekenen. Vraag daarna een offerte aan op naam van de juiste entiteit.
Meer achtergrond over de vorm vind je in de kennisbank over financial lease.
Ja, maar dat past meestal alleen bij een holding met eigen werkzaamheden. Een zuivere aandeelhoudersholding heeft weinig zakelijk gebruik. De geldverstrekker toetst bovendien de holding zelf.
Alleen als de holding btw-ondernemer is. Een holding die alleen aandelen houdt, is dat niet. Een managementholding die diensten levert tegen vergoeding, kan het wel zijn (Belastingdienst, 2026).
Ja, bij meer dan 500 privékilometers per kalenderjaar. Voor de meeste auto's is dat 22 procent van de cataloguswaarde (Belastingdienst, 2026). Het wordt via de loonadministratie verwerkt.
Die van de partij die het contract tekent. Bij een groep telt de schuld ook mee in de geconsolideerde cijfers. Laat je accountant de gevolgen beoordelen vóór je tekent.
Soms. Het hangt af van het contract en de geldverstrekker, die meestal toestemming moet geven. Vraag dit vooraf na, zodat je niet vastzit in de verkeerde entiteit.