4,6 (9)

Whatsapp

Pechhulp

+31 (0) 85 485 73 10

Hoe beinvloedt de waarde van de leaseauto de hoogte van de pseudo-eindheffing?

Glanzende executive leaseauto naast belastingdocumenten en rekenmachine op betonnen ondergrond, zakelijke sfeer.

4 augustus 2026

6 minuten leestijd

Marvin Buijs

Algemeen

Inhoudsopgave:

Marvin, helpt u graag op weg.

Uw situatie is vast net iets anders

Stel uw vraag gerust.

De waarde van de leaseauto bepaalt rechtstreeks hoe hoog de pseudo-eindheffing uitvalt voor een werkgever. Hoe duurder de auto, hoe hoger de cataloguswaarde, en hoe groter de kans dat de bijtelling boven de drempelwaarde uitkomt waarover de werkgever een extra belastingbedrag moet afdragen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de pseudo-eindheffing en de rol die de autowaarde daarin speelt.

Hoe wordt de grondslag voor de pseudo-eindheffing bepaald?

De grondslag voor de pseudo-eindheffing wordt bepaald door het bedrag van de bijtelling dat uitkomt boven een wettelijk vastgestelde drempelwaarde. De werkgever betaalt een eindheffing van 80% over het deel van de bijtelling dat die drempel overschrijdt. De bijtelling zelf is een percentage van de cataloguswaarde van de leaseauto.

In de praktijk werkt dit als volgt: de fiscus beschouwt het privégebruik van een leaseauto als loon in natura. De werknemer betaalt inkomstenbelasting over de bijtelling via zijn of haar aangifte. Als die bijtelling echter boven een bepaald grensbedrag uitkomt, treedt de pseudo-eindheffing in werking. De werkgever draagt dan zelfstandig een extra belastingbedrag af aan de Belastingdienst, bovenop wat de werknemer al betaalt.

De berekening volgt drie stappen:

  1. Bepaal de cataloguswaarde van de leaseauto inclusief btw en BPM.
  2. Bereken de jaarlijkse bijtelling op basis van het geldende bijtellingpercentage (doorgaans 16% voor volledig elektrische auto’s of 22% voor auto’s met een verbrandingsmotor).
  3. Trek de drempelwaarde af van de bijtelling. Over het resterende bedrag betaalt de werkgever 80% pseudo-eindheffing.

De pseudo-eindheffing is dus geen vaste toeslag, maar een variabele heffing die volledig afhankelijk is van de hoogte van de bijtelling en daarmee van de waarde van de leaseauto.

Welke cataloguswaarde telt mee bij de pseudo-eindheffing?

Bij de pseudo-eindheffing telt de officiële cataloguswaarde mee zoals die geldt op de datum van eerste toelating van de auto in Nederland. Dit is de nieuwprijs inclusief btw en BPM, zoals vastgesteld door de fabrikant of importeur. Opties en accessoires die af-fabriek zijn ingebouwd, tellen ook mee in deze cataloguswaarde.

Een belangrijk detail: de cataloguswaarde daalt niet mee met de werkelijke marktwaarde van de auto. Ook als een leaseauto na drie jaar aanzienlijk in waarde is gedaald, blijft de oorspronkelijke cataloguswaarde de basis voor zowel de bijtelling als de pseudo-eindheffing. Dit betekent dat een dure auto bij aanschaf gedurende de gehele leaseperiode een hogere grondslag oplevert, ongeacht de actuele tweedehandswaarde.

Achteraf gemonteerde accessoires, zoals een trekhaak of speciale velgen die niet via de fabrikant zijn geleverd, tellen in de meeste gevallen niet mee in de cataloguswaarde. Het is verstandig om hierover vooraf duidelijkheid te scheppen met de leasemaatschappij en eventueel de belastingadviseur, zodat de grondslag voor de pseudo-eindheffingberekening correct wordt vastgesteld.

Wat is de drempelwaarde voor de pseudo-eindheffing in 2024?

De drempelwaarde voor de pseudo-eindheffing bedroeg in 2024 € 31.891 per jaar aan fiscaal loon per werknemer. De pseudo-eindheffing is verschuldigd over het deel van de bijtelling dat boven dit bedrag uitkomt. In 2026 is het verstandig om de actuele drempelwaarde te controleren via de Belastingdienst, omdat dit bedrag jaarlijks kan worden aangepast.

De drempelwaarde geldt per werknemer en per jaar. Dat betekent dat een werkgever per individuele medewerker beoordeelt of de totale bijtelling de grens overschrijdt. Heeft een werknemer een leaseauto met een relatief lage bijtelling, dan blijft de werkgever onder de drempel en is er geen pseudo-eindheffing verschuldigd.

De drempelwaarde is niet specifiek gekoppeld aan de leaseauto, maar aan het totale fiscale loon van de werknemer. In de praktijk is de bijtelling voor een dure leaseauto echter vaak de voornaamste reden dat een werknemer boven de drempel uitkomt. Voor werkgevers die zakelijk auto’s leasen voor medewerkers is het daarom zinvol om vooraf te berekenen welk effect de keuze voor een bepaald automodel heeft op de totale loonkostenbelasting.

Hoe verschilt de pseudo-eindheffing tussen goedkope en dure leaseauto’s?

Het verschil in pseudo-eindheffing tussen een goedkope en een dure leaseauto kan aanzienlijk zijn. Bij een goedkope leaseauto blijft de bijtelling vaak onder of net boven de drempelwaarde, waardoor de werkgever weinig of geen pseudo-eindheffing betaalt. Bij een dure leaseauto loopt het bedrag boven de drempel snel op, wat resulteert in een fors hogere eindheffing voor de werkgever.

Voorbeeld met een goedkope leaseauto

Stel dat een werknemer een leaseauto rijdt met een cataloguswaarde van € 35.000 en een bijtellingpercentage van 22%. De jaarlijkse bijtelling bedraagt dan € 7.700. Dit bedrag ligt ruimschoots onder de drempelwaarde van € 31.891, waardoor de werkgever geen pseudo-eindheffing verschuldigd is.

Voorbeeld met een dure leaseauto

Rijdt dezelfde werknemer een leaseauto met een cataloguswaarde van € 180.000 en een bijtellingpercentage van 22%, dan bedraagt de jaarlijkse bijtelling € 39.600. Dit overschrijdt de drempelwaarde met € 7.709. De werkgever betaalt over dat bedrag 80% pseudo-eindheffing, wat neerkomt op circa € 6.167 extra belasting per jaar voor die ene medewerker.

Dit voorbeeld maakt duidelijk waarom de leaseautowaarde zo’n directe invloed heeft op de totale loonkostenbelasting. De pseudo-eindheffing is in feite een extra kostenpost die werkgevers moeten meewegen bij het samenstellen van een leasebeleid voor hun personeel.

Kan een werkgever de pseudo-eindheffing verlagen door een andere leaseauto te kiezen?

Ja, een werkgever kan de pseudo-eindheffing verlagen door bewust te kiezen voor leaseauto’s met een lagere cataloguswaarde of een lager bijtellingpercentage. Als de jaarlijkse bijtelling onder de drempelwaarde blijft, is er helemaal geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Dit maakt de keuze van het leasemodel een direct instrument om de zakelijke leaseautobelasting te beheersen.

Er zijn twee strategieën die werkgevers kunnen inzetten:

  • Lagere cataloguswaarde: Door te kiezen voor een auto met een lagere nieuwprijs daalt de bijtelling automatisch, waardoor de kans kleiner wordt dat de drempelwaarde wordt overschreden.
  • Lager bijtellingpercentage: Volledig elektrische auto’s kennen een lager bijtellingpercentage dan auto’s met een verbrandingsmotor. Een elektrische leaseauto met een cataloguswaarde van € 30.000 en 16% bijtelling levert een jaarlijkse bijtelling op van slechts € 4.800, ruimschoots onder de drempel.

Toch is de keuze voor een goedkopere auto niet altijd de meest praktische oplossing. Werkgevers moeten ook rekening houden met de wensen van de werknemer, de functie waarvoor de auto wordt gebruikt en de totale mobiliteitskosten. Een dure leaseauto kan soms goedkoper zijn dan een combinatie van een goedkopere auto met extra mobiliteitsvergoedingen.

Wil je als werkgever inzicht in welke leaseauto’s binnen jouw budget passen en tegelijk de pseudo-eindheffing minimaliseren, dan helpt onze lease calculator je snel op weg. Bij Leaselabel kijken we graag mee naar de slimste combinatie van auto, bijtellingpercentage en leasevorm, zodat de totale kosten transparant en beheersbaar blijven. Bekijk ook ons actuele leaseaanbod voor een overzicht van beschikbare modellen in verschillende prijsklassen.

De pseudo-eindheffing is kortom geen onvermijdelijke last, maar een kostenpost die met de juiste autokeuze en een doordacht leasebeleid goed te sturen valt. Wie vooraf rekent, betaalt achteraf minder.

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Gerelateerde artikelen