Moet je pseudo-eindheffing apart aangeven bij de belastingdienst?

Stapel belastingdocumenten met autosleutel en pen op wit bureau, zacht natuurlijk licht, zakelijke sfeer.
5 juni 2026

7 minuten leestijd

Marvin Buijs
Algemeen

Inhoudsopgave:

Vragen? Neem contact op!

Volgs ons ook op social media!

Ja, pseudo-eindheffing moet je apart aangeven bij de Belastingdienst. Je verwerkt deze heffing in de aangifte loonheffingen, maar in een afzonderlijke rubriek die losstaat van de reguliere loonbelasting over het salaris van je werknemers. De heffing ligt bij de werkgever, niet bij de werknemer. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over pseudo-eindheffing, van wanneer je er precies mee te maken krijgt tot welke deadlines gelden.

Wanneer ben je als werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd?

Als werkgever ben je pseudo-eindheffing verschuldigd zodra je een fossiele auto van de zaak ter beschikking stelt aan een werknemer die deze ook privé gebruikt. De heffing gaat in per 1 januari 2027 en geldt bovenop de bestaande bijtelling die de werknemer al via zijn loon betaalt. De heffing is een extra last voor de werkgever zelf.

Concreet betekent dit: zodra een werknemer een personenauto met een CO2-uitstoot hoger dan 0 g/km ter beschikking heeft en er geen geldige Verklaring geen privégebruik auto aanwezig is, ben jij als werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd. Woon-werkverkeer telt hierbij als privégebruik, ook als de werknemer de auto verder nauwelijks privé gebruikt.

Er geldt een overgangsregeling voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 in een wagenpark zitten. Lopende leasecontracten worden daardoor niet direct geconfronteerd met de nieuwe heffing. Let wel: die bescherming vervalt direct als de auto van werkgever wisselt, bijvoorbeeld wanneer een werknemer overstapt naar een andere werkgever en de auto meeneemt. Ook een overdracht tussen afzonderlijke juridische entiteiten, zelfs binnen één holding met verschillende loonheffingsnummers, doet de overgangsregeling direct vervallen. Interne wisselingen binnen dezelfde juridische entiteit, dus met hetzelfde loonheffingsnummer, tasten de overgangsregeling niet aan.

Volledig elektrische personenauto’s en waterstofauto’s vallen buiten de heffing. Hetzelfde geldt voor bestelwagens en vrachtwagens, die worden niet als personenauto in de zin van de BPM-wet beschouwd en zijn dus niet belast met pseudo-eindheffing.

Moet je pseudo-eindheffing apart opgeven in de aangifte loonheffingen?

Ja, pseudo-eindheffing geef je apart op in de aangifte loonheffingen. Je gebruikt hiervoor een specifieke rubriek die bestemd is voor eindheffingen van de werkgever. De heffing staat volledig los van de loonbelasting die je namens je werknemers afdraagt en wordt niet opgenomen in de individuele loonstroken.

Omdat pseudo-eindheffing een werkgeversheffing is, heeft de werknemer er fiscaal gezien geen last van. Je geeft het bedrag op in het tijdvak waarin de auto ter beschikking is gesteld en de bijtelling van toepassing is. De Belastingdienst behandelt pseudo-eindheffing als een afzonderlijke categorie binnen de aangifte loonheffingen, vergelijkbaar met andere eindheffingen zoals de werkkostenregeling.

Praktisch gezien betekent dit dat je loonadministratie de auto van de zaak per werknemer moet bijhouden, inclusief de cataloguswaarde, het bijtellingspercentage en de CO2-uitstoot. Op basis van die gegevens bereken je de grondslag en vul je de aangifte in. Gebruik je een salarispakket, dan is de kans groot dat dit pakket de rubriek voor pseudo-eindheffing in 2026 al heeft opgenomen of binnenkort toevoegt ter voorbereiding op 2027.

Ben je als ondernemer of zzp’er bezig met de keuze voor een zakelijke auto? Bij ons vind je meer informatie over zakelijk auto leasen voor het mkb, zodat je ook de fiscale kant van een leaseauto goed kunt afwegen.

Hoe bereken je de grondslag voor pseudo-eindheffing?

De grondslag voor pseudo-eindheffing is de cataloguswaarde van de auto vermenigvuldigd met het toepasselijke bijtellingspercentage. Dat is dezelfde grondslag die ook voor de reguliere bijtelling bij de werknemer wordt gebruikt. Over die grondslag betaal je als werkgever vervolgens het pseudo-eindheffingstarief dat de wetgever heeft vastgesteld.

Stel: een werknemer rijdt in een benzineauto met een cataloguswaarde van 45.000 euro en een bijtelling van 22 procent. De jaarlijkse bijtellingsgrondslag bedraagt dan 9.900 euro. Over dat bedrag bereken je de pseudo-eindheffing. Is de auto een deel van het jaar ter beschikking gesteld, dan bereken je de grondslag naar rato van het aantal maanden.

Wat telt mee in de cataloguswaarde?

De cataloguswaarde is de consumentenprijs inclusief btw en BPM zoals die gold op het moment dat de auto voor het eerst op naam werd gesteld. Opties en accessoires die af fabriek zijn ingebouwd tellen mee. Achteraf gemonteerde accessoires, zoals een trekhaak die na levering is geplaatst, tellen in de meeste gevallen niet mee in de cataloguswaarde voor de bijtelling.

Welk tarief geldt voor de pseudo-eindheffing?

Het exacte tarief wordt vastgesteld in de wetgeving rondom de invoering per 1 januari 2027. Het tarief wordt toegepast bovenop de bestaande bijtelling en is een percentage van de hierboven beschreven grondslag. Houd de communicatie van de Belastingdienst en de Rijksoverheid in de gaten voor de definitieve tarieven zodra de wet volledig is gepubliceerd.

Wat is het verschil tussen pseudo-eindheffing en reguliere eindheffing?

Het belangrijkste verschil is het toepassingsgebied. Reguliere eindheffing dekt een breed scala aan situaties, zoals de werkkostenregeling, het anoniementarief of tijdelijke heffingen op bepaalde beloningen. Pseudo-eindheffing is een specifieke heffing die uitsluitend ziet op het privégebruik van fossiele auto’s van de zaak en die volledig voor rekening van de werkgever komt.

Bij reguliere eindheffing gaat het er vaak om dat de werkgever belasting betaalt in plaats van de werknemer, omdat de werknemer anoniem is of omdat een vergoeding collectief wordt belast. Bij pseudo-eindheffing is de gedachte anders: de werknemer betaalt al bijtelling via zijn loon, maar de wetgever wil de werkgever extra belasten om het aanbieden van fossiele auto’s minder aantrekkelijk te maken. Het is dus een sturende heffing, geen vervanging van de werknemersheffing.

Een ander praktisch verschil zit in de verwerking. Reguliere eindheffingen zoals de werkkostenregeling hebben een eigen systematiek met een vrije ruimte en een afrekening aan het einde van het jaar. Pseudo-eindheffing wordt per tijdvak berekend op basis van de individuele auto’s in het wagenpark en kent geen vrije ruimte of drempelwaarde. Je betaalt het bedrag direct mee in de aangifte loonheffingen van het betreffende tijdvak.

Voor werkgevers die de heffing willen vermijden, biedt de wetgeving een aantal uitwegen. Je kunt uitsluitend volledig elektrische of waterstofauto’s aanbieden, geen auto van de zaak verstrekken en werknemers zakelijke kilometers belastingvrij laten declareren, of een mobiliteitsbudget aanbieden. Let op: als een werknemer dat mobiliteitsbudget gebruikt voor een fossiele auto van de zaak, gelden zowel de bijtelling als de pseudo-eindheffing alsnog. Wil je weten welke leasevormen passen bij een duurzamer wagenpark? Bekijk dan ons leaseaanbod voor een overzicht van de beschikbare opties.

Welke deadlines gelden voor het afdragen van pseudo-eindheffing?

Pseudo-eindheffing draag je af op dezelfde momenten als de reguliere loonheffingen: per tijdvak, dus maandelijks of per vier weken, afhankelijk van hoe jouw loonadministratie is ingericht. Er geldt geen aparte jaarlijkse afrekening zoals bij de werkkostenregeling. Je berekent en betaalt de heffing lopend door het jaar heen.

De aangifte loonheffingen moet je indienen uiterlijk één maand na afloop van het tijdvak. Doe je maandaangifte, dan is de aangifte over januari 2027 uiterlijk eind februari 2027 verschuldigd. De betaling volgt op het moment dat de aangifte is ingediend en de Belastingdienst de naheffingsaanslag of de betaalreferentie heeft verstrekt, afhankelijk van hoe jouw situatie is ingericht.

Zorg dat je loonadministratie op tijd is ingericht voor de invoering per 1 januari 2027. Dat betekent dat je in 2026 al moet controleren welke auto’s in je wagenpark fossiel zijn, of er geldige Verklaringen geen privégebruik auto aanwezig zijn, en of je leasecontracten al dan niet onder de overgangsregeling vallen. Een goede voorbereiding voorkomt naheffingen en boetes wegens onjuiste of te late aangifte.

Heb je als werkgever of ondernemer vragen over hoe een leaseconstructie fiscaal uitpakt? Wij helpen je graag verder. Neem een kijkje op onze pagina hoe leasen werkt of gebruik de leasecalculator om snel inzicht te krijgen in de kosten van een zakelijke leaseauto.

Gerelateerde artikelen