De cataloguswaardegrens bij pseudo-eindheffing verwijst naar de catalogusprijs van een fossiele zakelijke personenauto zoals die fiscaal wordt vastgesteld op basis van de BPM-catalogusprijs inclusief verschuldigde BPM. Er is bij de pseudo-eindheffing geen aparte drempelwaarde waaronder de heffing niet geldt: elke fossiele personenauto die aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik valt onder de regeling, ongeacht de hoogte van de catalogusprijs. De cataloguswaarde bepaalt niet óf een auto belast is, maar hóe hoog de heffing uitvalt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe de cataloguswaarde precies werkt binnen de pseudo-eindheffing en wat dat betekent voor jouw wagenpark.
Hoe wordt de cataloguswaardegrens bij pseudo-eindheffing bepaald?
De fiscale cataloguswaarde bij pseudo-eindheffing wordt bepaald op basis van de BPM-catalogusprijs zoals omschreven in artikel 9 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, inclusief de verschuldigde BPM. Voor auto’s van 25 jaar of jonger geldt deze catalogusprijs als grondslag. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt de marktwaarde (waarde in het economisch verkeer) als uitgangspunt genomen.
De pseudo-eindheffing is vastgelegd in artikel 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964 en treedt per 1 januari 2027 in werking. Het tarief bedraagt 12% van de fiscale waarde van de ter beschikking gestelde fossiele personenauto. Dat betekent concreet: hoe hoger de catalogusprijs van de auto, hoe hoger de jaarlijkse heffing die de werkgever verschuldigd is.
Een praktisch voorbeeld maakt dit direct inzichtelijk. Een benzineauto met een catalogusprijs van 30.000 euro leidt tot een pseudo-eindheffing van 3.600 euro per jaar, ofwel 300 euro per maand. Een hybride auto met een fiscale waarde van 35.000 euro resulteert in 4.200 euro extra belasting per jaar. De cataloguswaarde is dus de directe rekensleutel voor de hoogte van de heffing.
Welke auto’s vallen boven de cataloguswaardegrens?
Alle fossiele personenauto’s die aan een werknemer ter beschikking worden gesteld voor privégebruik vallen onder de pseudo-eindheffing, ongeacht de catalogusprijs. Er bestaat geen vrijstellingsdrempel op basis van waarde. Wat de cataloguswaarde bepaalt, is uitsluitend de omvang van de heffing, niet de vraag of een auto wel of niet belast is.
Onder fossiele personenauto’s vallen voertuigen op benzine, diesel of hybride aandrijving, inclusief plug-in hybrides. Kortom: elke auto waarbij uit het kentekenregister niet blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer bedraagt, valt in principe binnen de reikwijdte van de regeling. Volledig elektrische personenauto’s en waterstofauto’s zijn expliciet uitgesloten.
Woon-werkverkeer wordt voor toepassing van de pseudo-eindheffing wettelijk gelijkgesteld aan privégebruik. Dat heeft een belangrijke praktische consequentie: ook werknemers die een “Verklaring geen privégebruik auto” hebben, maar wel dagelijks met de auto van de zaak van en naar het werk rijden, creëren alsnog een grondslag voor de heffing bij de werkgever. Alleen wanneer een werknemer beschikt over een geldige verklaring én er aantoonbaar geen woon-werkverkeer plaatsvindt, ontbreekt de heffingsgrondslag.
Bestelwagens en vrachtwagens vallen buiten de definitie van personenauto’s in de zin van de BPM-wet en zijn daarom niet onderworpen aan deze regeling. Zelfstandigen (zzp’ers) die winstbelasting betalen via de inkomstenbelasting vallen evenmin onder de maatregel, omdat zij geen inhoudingsplichtige zijn in de zin van de loonbelasting. Meer informatie over zzp auto leasen vind je op onze website.
Wat zijn de fiscale gevolgen voor werkgevers boven de grens?
Werkgevers die een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan een werknemer voor privégebruik zijn vanaf 1 januari 2027 verplicht jaarlijks 12% van de fiscale cataloguswaarde als pseudo-eindheffing af te dragen. Deze heffing is een zuivere werkgeversaangelegenheid en mag niet rechtstreeks worden doorberekend aan de werknemer.
De heffing wordt voldaan via de reguliere loonheffingaangifte, maar kent een uitgestelde betaaltermijn. De over een bepaald kalenderjaar verschuldigde pseudo-eindheffing moet uiterlijk worden aangegeven en voldaan tegelijk met de aangifte over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Concreet: de heffing over 2027 wordt afgedragen in het tweede tijdvak van 2028.
Wat mag de werkgever wel doen?
Hoewel de pseudo-eindheffing zelf niet mag worden doorberekend, mogen werkgevers de extra kosten wel indirect verdisconteren in de arbeidsvoorwaarden. Denk aan het verhogen van de eigen bijdrage die een werknemer betaalt voor de auto van de zaak. De heffing zelf blijft echter altijd een last voor de werkgever.
Wat zijn de alternatieven om de heffing te vermijden?
Werkgevers die de pseudo-eindheffing willen voorkomen, hebben een aantal concrete opties. Ze kunnen uitsluitend volledig elektrische of waterstofauto’s aanbieden aan werknemers. Een andere mogelijkheid is het afzien van een auto van de zaak en werknemers in plaats daarvan zakelijke kilometers belastingvrij te laten declareren (0,23 euro per kilometer). Ook een mobiliteitsbudget behoort tot de opties, al geldt daar een belangrijke kanttekening: als een werknemer dat budget gebruikt voor een fossiele auto van de zaak, zijn zowel de bijtelling als de pseudo-eindheffing alsnog van toepassing. Bekijk ons leaseaanbod voor elektrische alternatieven die buiten de heffing vallen.
Verschilt de cataloguswaardegrens per jaar?
De wet schrijft geen jaarlijkse indexering of aanpassing van de cataloguswaardegrens voor. De fiscale waarde die als grondslag dient, is de catalogusprijs op het moment van ter beschikkingstelling, niet een actuele marktwaarde die elk jaar opnieuw wordt vastgesteld. Voor auto’s jonger dan 25 jaar geldt de oorspronkelijke BPM-catalogusprijs inclusief BPM als vaste grondslag.
Dat betekent dat de grondslag voor een specifieke auto in principe stabiel blijft gedurende de looptijd van een leasecontract, tenzij de auto van werkgever wisselt of intern wordt overgedragen tussen juridische entiteiten met verschillende loonheffingsnummers. In die gevallen vervalt de eventuele overgangsregeling en wordt de heffing direct van toepassing op de dan geldende fiscale waarde.
De overgangsregeling verdient hier specifieke aandacht. Voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt dat artikel 32bc tot en met 16 september 2030 niet van toepassing is. Deze bescherming vervalt echter onmiddellijk als de auto van werkgever wisselt of wordt overgedragen tussen afzonderlijke juridische entiteiten, ook binnen één holding. Interne wisselingen naar een andere werknemer of vestiging binnen dezelfde juridische entiteit tasten de overgangsregeling niet aan.
Hoe beïnvloedt de cataloguswaardegrens de keuze van een leaseauto?
De cataloguswaarde van een leaseauto heeft een directe en lineaire invloed op de hoogte van de pseudo-eindheffing. Hoe duurder de fossiele auto, hoe hoger de jaarlijkse werkgeverslast. Dit maakt de catalogusprijs een belangrijke financiële variabele bij het samenstellen of vernieuwen van een zakelijk wagenpark vanaf 2027.
Voor werkgevers die hun wagenpark nu al voorbereiden op de nieuwe regelgeving, is het verstandig de totale kosten van een fossiele leaseauto te herberekenen inclusief de verwachte pseudo-eindheffing. Een auto met een catalogusprijs van 40.000 euro leidt tot een extra jaarlijkse last van 4.800 euro per werknemer. Bij een wagenpark van tien werknemers loopt dat op tot 48.000 euro per jaar, bovenop de reguliere leasekosten en bijtelling.
De bijtelling voor de loonbelasting blijft overigens los van de pseudo-eindheffing bestaan. De twee regelingen stapelen zich op elkaar: de werknemer betaalt inkomstenbelasting over de bijtelling, en de werkgever betaalt daarbovenop de pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde. Voor zakelijk leasen voor het MKB is het dus extra relevant om de totale fiscale impact goed in kaart te brengen.
De meest directe manier om de cataloguswaardegrens irrelevant te maken, is kiezen voor volledig elektrische voertuigen. Die vallen volledig buiten de pseudo-eindheffing, ongeacht hun catalogusprijs. Wil je weten welke elektrische leaseauto’s passen bij jouw situatie en budget? Gebruik dan onze lease calculator om snel een indicatie te krijgen van de maandelijkse kosten.
Wij helpen werkgevers en ondernemers graag bij het maken van de juiste keuze, zodat je niet voor verrassingen komt te staan als de pseudo-eindheffing in 2027 van kracht wordt. Een goed doordacht leasebeleid begint bij inzicht in de fiscale regels die nu al vaststaan.





