Wat zijn de gevolgen van pseudo-eindheffing voor mijn totale loonkosten?

Salarisadministrateur bekijkt loonstroken op modern bureau met autosleutels ernaast, natuurlijk zijlicht, rustige kantooromgeving.
24 juni 2026

6 minuten leestijd

Marvin Buijs
Algemeen

Inhoudsopgave:

Vragen? Neem contact op!

Volgs ons ook op social media!

Pseudo-eindheffing verhoogt de totale loonkosten van een werkgever direct, omdat het een extra heffing is die bovenop het reguliere loon komt en volledig voor rekening van de werkgever valt. Voor werknemers met een fiscaal loon boven een bepaalde grens kan dit oplopen tot tientallen procenten extra werkgeverslasten per medewerker. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over pseudo-eindheffing, van de berekening tot concrete manieren om de impact te beperken.

Hoe wordt pseudo-eindheffing berekend over het loon?

Pseudo-eindheffing wordt berekend als een percentage over het loon dat een bepaalde drempelwaarde overschrijdt. De werkgever betaalt dit percentage als eindheffing aan de Belastingdienst, bovenop de reguliere loonheffingen die al zijn afgedragen. Het tarief en de drempel variëren per type pseudo-eindheffing, maar het principe is steeds hetzelfde: het meerdere boven de grens wordt belast.

Bij de meest bekende variant, de pseudo-eindheffing voor hoge lonen, geldt een tarief van 16% over het loon voor zover dat boven de vastgestelde grens uitkomt. In 2026 ligt die grens op een fiscaal jaarloon van meer dan 150.000 euro. De berekening werkt als volgt: stel dat een werknemer een fiscaal loon heeft van 200.000 euro, dan wordt de eindheffing berekend over 50.000 euro, wat neerkomt op 8.000 euro extra werkgeverslasten.

Bij de berekening telt het fiscale loon van het voorgaande jaar als uitgangspunt. Werkgevers moeten dit tijdig in beeld hebben, zodat ze niet voor verrassingen komen te staan bij de aangifte loonheffingen. Het is verstandig om dit jaarlijks te monitoren, zeker bij werknemers van wie het loon dicht bij de grens ligt.

Welke werknemers vallen onder de pseudo-eindheffing?

Pseudo-eindheffing is van toepassing op werknemers van wie het fiscale loon in het voorafgaande kalenderjaar een vastgestelde grens overschreed. In 2026 gaat het concreet om werknemers met een fiscaal jaarloon van meer dan 150.000 euro in het jaar daarvoor. De werkgever is verantwoordelijk voor het identificeren van deze werknemers en het afdragen van de bijbehorende heffing.

Het gaat daarbij niet alleen om vaste medewerkers met een hoog salaris. Ook werknemers die in een jaar een eenmalige hoge uitkering ontvingen, zoals een bonus, winstuitkering of ontslagvergoeding, kunnen hierdoor boven de grens uitkomen. De Belastingdienst kijkt naar het totale fiscale loon, inclusief alle vormen van beloning die in het betreffende jaar zijn genoten.

Werkgevers met een relatief klein personeelsbestand maar met enkele goed betaalde specialisten of directieleden lopen dus ook risico op deze extra heffing. Het is daarom niet uitsluitend een thema voor grote corporates. Ook in het mkb kan pseudo-eindheffing een merkbare impact hebben op de totale werkgeverslasten.

Wat is het verschil tussen reguliere loonheffing en pseudo-eindheffing?

Reguliere loonheffing is een heffing die wordt ingehouden op het loon van de werknemer en namens hem of haar wordt afgedragen aan de Belastingdienst. Pseudo-eindheffing daarentegen is een heffing die volledig voor rekening van de werkgever komt en niet op het loon van de werknemer wordt ingehouden. Het is een aanvullende werkgeverslast, geen inhouding.

Dit onderscheid is cruciaal voor de loonkostenadministratie. Bij reguliere loonheffing draagt de werknemer de belasting economisch gezien zelf, ook al verzorgt de werkgever de afdracht. Bij pseudo-eindheffing is de werkgever zowel de afdragende als de economisch dragende partij. Dit maakt het een directe kostenpost die niet zichtbaar is op de loonstrook van de werknemer.

Een ander verschil zit in de timing. Reguliere loonheffing wordt per loontijdvak berekend en afgedragen. Pseudo-eindheffing wordt berekend op basis van het loon uit het voorgaande jaar en wordt verwerkt in de aangifte loonheffingen van het lopende jaar. Dit betekent dat de kosten altijd met enige vertraging zichtbaar worden in de boekhouding.

Hoe beïnvloedt pseudo-eindheffing de totale loonkosten per medewerker?

Pseudo-eindheffing verhoogt de totale loonkosten per medewerker direct met het bedrag van de heffing, zonder dat de werknemer hier netto iets van merkt. Voor werkgevers betekent dit dat de werkelijke kosten van een hoogbetaalde medewerker structureel hoger liggen dan het brutoloon alleen suggereert. Dit effect is het sterkst voelbaar bij medewerkers die ruim boven de drempelwaarde verdienen.

Neem als voorbeeld een werknemer met een fiscaal jaarloon van 250.000 euro. De pseudo-eindheffing van 16% wordt berekend over 100.000 euro (het bedrag boven de grens van 150.000 euro), wat resulteert in een extra werkgeverslast van 16.000 euro. Bovenop de reguliere werkgeverslasten zoals sociale premies en pensioenbijdragen maakt dit de totale loonkosten aanzienlijk hoger dan het nominale salaris.

Voor een accurate begroting van werkgeverslasten is het daarom essentieel om pseudo-eindheffing mee te nemen in de totale kostenberekening per medewerker. Zeker bij het aannemen van nieuw personeel in een hogere salarisschaal, of bij het toekennen van bonussen, verdient het aanbeveling om de impact van de eindheffing op het loon vooraf door te rekenen.

Wanneer is pseudo-eindheffing van toepassing op ontslagvergoedingen?

Pseudo-eindheffing is van toepassing op ontslagvergoedingen wanneer de vergoeding, samen met het overige loon in hetzelfde jaar, boven de drempelwaarde uitkomt én de vergoeding als excessief wordt aangemerkt. Specifiek geldt er een pseudo-eindheffing van 75% over het gedeelte van een ontslagvergoeding dat als bovenmatig wordt beschouwd ten opzichte van het jaarloon van de werknemer.

De regeling rond ontslagvergoedingen is strenger dan de reguliere hoge-lonenheffing. Het uitgangspunt is dat een ontslagvergoeding als excessief geldt als deze meer bedraagt dan het jaarloon van de werknemer. Over dat meerdere betaalt de werkgever dan 75% pseudo-eindheffing. Dit kan bij hogere salarissen leiden tot een zeer aanzienlijke extra kostenpost bij een ontslag.

Werkgevers die een reorganisatie plannen of afscheid nemen van een goed betaalde medewerker, doen er goed aan om de hoogte van de ontslagvergoeding zorgvuldig af te stemmen op de fiscale consequenties. Een vergoeding die netto aantrekkelijk lijkt voor de werknemer, kan voor de werkgever door de pseudo-eindheffing op ontslagvergoedingen fors duurder uitpakken dan verwacht.

Hoe kunnen werkgevers de impact van pseudo-eindheffing beperken?

Werkgevers kunnen de impact van pseudo-eindheffing beperken door het beloningsbeleid strategisch in te richten, tijdig te monitoren welke medewerkers boven de drempelwaarde komen en waar mogelijk te spreiden in de timing van uitkeringen. Er is geen manier om de heffing volledig te vermijden als het loon de grens overschrijdt, maar met goede planning valt de schade te beperken.

Concrete maatregelen die werkgevers kunnen overwegen:

  • Spreiding van bonussen over meerdere jaren: Door een bonus niet in één jaar maar gespreid uit te keren, blijft het fiscale jaarloon mogelijk onder de drempelwaarde.
  • Alternatieve beloningsvormen: Bepaalde vormen van beloning, zoals bijdragen aan pensioen of andere vrijgestelde vergoedingen, tellen niet of beperkt mee voor de pseudo-eindheffingberekening.
  • Vroegtijdige signalering: Stel een intern proces in om jaarlijks te controleren welke medewerkers in het voorgaande jaar boven de grens zijn uitgekomen, zodat de heffing tijdig wordt begroot.
  • Zorgvuldige opzet van ontslagvergoedingen: Beperk ontslagvergoedingen tot maximaal het jaarloon om de hoge pseudo-eindheffing van 75% te vermijden.
  • Afstemming met salarisadministratie en fiscaal adviseur: Zorg dat de loonkostenadministratie de pseudo-eindheffing structureel meeneemt in de totale personeelskosten per medewerker.

Naast fiscale maatregelen loont het ook om kritisch te kijken naar de totale mobiliteitskosten van medewerkers. Een goed ingericht zakelijk leasebeleid kan bijdragen aan een efficiëntere inrichting van het totale arbeidsvoorwaardenpakket, zonder dat dit direct bijdraagt aan het fiscale loon. Zo blijven de totale werkgeverslasten beheersbaar, ook voor medewerkers in hogere salarisschalen.

De kern van een effectieve aanpak is bewustwording en vooruitplannen. Pseudo-eindheffing is geen verborgen belasting, maar een transparante regeling die met de juiste aandacht goed te managen is binnen de totale loonkostenstrategie van een organisatie.

Gerelateerde artikelen