Kennisbank › Financial lease
Hoe bereid je je bedrijf voor op de nieuwe regels rondom pseudo-eindheffing?
Om je bedrijf voor te bereiden op de nieuwe pseudo-eindheffing moet je als werkgever drie concrete stappen zetten: breng in kaart welke werknemers een fossiele leaseauto ter beschikking hebben, bereken de extra loonkosten op basis van 12% van de cataloguswaarde, en pas je loonadministratie aan vóór de ingangsdatum van de regeling. Deze maatregel raakt direct aan de totale loonkosten van bedrijven die fossiele auto’s aan werknemers verstrekken voor woon-werkverkeer of privégebruik. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen zodat jij goed voorbereid bent.
Wat houdt de nieuwe pseudo-eindheffing precies in?
De pseudo-eindheffing is een extra belasting die werkgevers betalen over het voordeel dat werknemers genieten van een ter beschikking gestelde fossiele personenauto. Het tarief bedraagt 12% van de fiscale waarde van de auto per jaar. De heffing komt bovenop de bestaande bijtelling die de werknemer al betaalt via de inkomstenbelasting, en is volledig voor rekening van de werkgever.
Het gaat hier om een eindheffing in de loonbelasting, wat betekent dat de werkgever de belasting afdraagt en de werknemer zelf geen extra aangifte hoeft te doen. De maatregel richt zich specifiek op fossiele brandstofauto’s, zoals benzine- en dieselvoertuigen, en op hybrides. Volledig elektrische auto’s vallen buiten de heffingsgrondslag, wat de regeling ook een duidelijk klimaatpolitiek doel geeft: het ontmoedigen van fossiel rijden via de zakelijke leasemarkt.
Het begrip “ter beschikking stellen” is breed. Zodra een werkgever een auto aan een werknemer geeft voor gebruik dat verder gaat dan puur zakelijke ritten, is er in principe sprake van een situatie die onder de heffing kan vallen. De exacte afbakening hangt af van het gebruik en de aanwezigheid van bepaalde verklaringen, waarover meer in het volgende onderdeel.
Welke werknemers vallen onder de pseudo-eindheffing?
Werknemers vallen onder de pseudo-eindheffing wanneer hun werkgever hen een fossiele personenauto ter beschikking stelt én zij die auto gebruiken voor woon-werkverkeer of privérijden. Ritten die uitsluitend zakelijk van aard zijn, vallen buiten de heffing. Het onderscheid tussen zakelijk en privégebruik is daarmee de kern van de vraag.
Er zijn twee belangrijke uitzonderingen om rekening mee te houden:
- Verklaring geen privégebruik: Als een werknemer een geldige “Verklaring geen privégebruik auto” heeft én er ook werkelijk geen woon-werkverkeer plaatsvindt, is er geen grondslag voor de pseudo-eindheffing. De werknemer mag dan maximaal 500 kilometer per jaar privé rijden, inclusief woon-werkverkeer.
- Woon-werkverkeer is doorslaggevend: Zodra er woon-werkverkeer plaatsvindt, geldt de heffing voor de werkgever, ook al beschikt de werknemer over de bovengenoemde verklaring. Dit is een cruciaal punt dat in de praktijk regelmatig over het hoofd wordt gezien.
Zelfstandigen (zzp’ers) die winstbelasting betalen via de inkomstenbelasting vallen buiten het bereik van deze maatregel. Zij zijn geen inhoudingsplichtige in de zin van de loonbelasting, en de pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing. Voor zzp’ers die een auto zakelijk willen inzetten gelden andere fiscale spelregels. Meer informatie over de mogelijkheden voor zelfstandigen vind je op onze pagina over zzp auto leasen.
Wanneer gaan de nieuwe regels rondom pseudo-eindheffing in?
De pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s is per 1 januari 2025 ingegaan. In 2026 zijn werkgevers dus al een volledig jaar onderhevig aan deze regeling en dienen zij de heffing correct te verwerken in hun loonadministratie en jaarlijkse belastingaangiften. Wie nog niet heeft bijgestuurd, loopt het risico op naheffingen en boetes van de Belastingdienst.
De invoering van de maatregel was onderdeel van een bredere fiscale aanpak om de verduurzaming van het zakelijke wagenpark te stimuleren. De verwachting is dat de regeling in de komende jaren verder wordt aangescherpt of uitgebreid, afhankelijk van de politieke besluitvorming rondom klimaatdoelstellingen en mobiliteitsbeleid. Het is daarom verstandig om nu al een structurele aanpak te hanteren in plaats van jaarlijks ad hoc bij te sturen.
Voor werkgevers die nog niet volledig op de hoogte zijn van de ingangsdatum of de overgangsbepalingen: raadpleeg de officiële communicatie van de Rijksoverheid of schakel een fiscaal adviseur in om te beoordelen of er voor jouw situatie specifieke overgangsregels van toepassing zijn.
Hoe bereken je de pseudo-eindheffing voor jouw bedrijf?
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de fiscale waarde van de ter beschikking gestelde fossiele personenauto per jaar. De fiscale waarde is voor auto’s van 25 jaar of jonger gelijk aan de catalogusprijs inclusief BPM, zoals bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de marktwaarde op het moment van beoordeling.
Rekenvoorbeeld voor een benzine- of dieselauto
Een benzine- of dieselauto met een catalogusprijs van 30.000 euro leidt tot een pseudo-eindheffing van 12% over 30.000 euro, wat neerkomt op 3.600 euro per jaar, ofwel 300 euro per maand extra loonkosten voor de werkgever.
Rekenvoorbeeld voor een hybride auto
Een hybride auto met een fiscale waarde van 35.000 euro resulteert in een extra belastingdruk van 4.200 euro per jaar. Hybrides vallen dus ook onder de heffing, wat voor veel bedrijven een verrassing is geweest. De aanname dat hybrides “schoon genoeg” zijn om buiten de regeling te vallen, klopt fiscaal niet.
Om de totale impact voor jouw wagenpark te berekenen, vermenigvuldig je het aantal betreffende voertuigen met de individuele heffing per auto. Heb je tien leaseauto’s met een gemiddelde cataloguswaarde van 32.000 euro, dan betaal je als werkgever jaarlijks circa 38.400 euro extra aan pseudo-eindheffing. Gebruik onze lease calculator om de kosten van je wagenpark snel in kaart te brengen.
Welke administratieve aanpassingen zijn verplicht?
Werkgevers zijn verplicht de pseudo-eindheffing correct te verwerken in de loonaangifte. Dit betekent dat je per werknemer moet bijhouden welke auto ter beschikking is gesteld, wat de fiscale waarde van die auto is, en of er sprake is van woon-werkverkeer of privégebruik. Zonder een sluitende rittenadministratie of geldige verklaring geen privégebruik loop je risico op naheffingen.
De volgende administratieve maatregelen zijn in de praktijk noodzakelijk:
- Inventariseer het wagenpark: Stel per auto de catalogusprijs of marktwaarde vast en koppel dit aan de betreffende werknemer.
- Controleer verklaringen geen privégebruik: Ga na welke werknemers een geldige verklaring hebben en of zij ook daadwerkelijk geen woon-werkverkeer maken.
- Pas de loonadministratie aan: Zorg dat de heffing per loonaangiftetijdvak correct wordt berekend en afgedragen.
- Documenteer het gebruik: Bewaar rittenadministraties of andere bewijsstukken die aantonen of een auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt.
- Informeer je salarisadministrateur: Als je met een extern bureau werkt, zorg dan dat zij op de hoogte zijn van de wijzigingen in het wagenpark en de bijbehorende fiscale waarden.
Bedrijven die zakelijk leasen voor het mkb overwegen, doen er goed aan om al bij de contractonderhandelingen rekening te houden met de fiscale impact van de pseudo-eindheffing. Een transparant leasecontract helpt om de benodigde gegevens voor de loonadministratie direct beschikbaar te hebben.
Wat zijn de financiële gevolgen voor de loonkosten?
De pseudo-eindheffing verhoogt de totale loonkosten per werknemer met een fossiele leaseauto direct en structureel. De extra kosten zijn niet aftrekbaar als zakelijke kosten op een manier die de heffing neutraliseert, wat betekent dat de netto impact voor veel bedrijven aanzienlijk is. Hoe groter het wagenpark, hoe groter de cumulatieve kostenpost.
Voor een middelgroot bedrijf met twintig fossiele leaseauto’s met een gemiddelde cataloguswaarde van 30.000 euro loopt de extra belastingdruk op tot 72.000 euro per jaar. Dit is een kostenpost die directe gevolgen heeft voor de personeelskosten per fte en de totale loonsom.
Er zijn drie strategische reacties die bedrijven in de praktijk hanteren:
- Overstap naar elektrisch: Volledig elektrische auto’s vallen buiten de heffingsgrondslag, waardoor de pseudo-eindheffing volledig wordt vermeden. Dit vergt een investering maar levert op termijn fiscale voordelen op.
- Herziening van het mobiliteitsbeleid: Sommige bedrijven kiezen ervoor om leaseauto’s te vervangen door een mobiliteitsbudget of andere vergoedingsvormen, zodat de grondslag voor de heffing verdwijnt.
- Kostendoorberekening: In bepaalde gevallen worden de extra kosten deels verwerkt in de arbeidsvoorwaarden, al vereist dit zorgvuldige communicatie met werknemers en afstemming met arbeidsrechtelijk advies.
De pseudo-eindheffing maakt duidelijk dat de keuze voor een leaseauto niet langer puur een HR-beslissing is, maar een financieel-strategische afweging met directe impact op de loonkosten. Wie nu actie onderneemt en het wagenpark kritisch doorlicht, voorkomt onaangename verrassingen bij de volgende belastingaangifte.
Lees ook over financial lease
Alle artikelen over financial lease