Pseudo-eindheffing heeft voor MKB-werkgevers in 2026 directe fiscale gevolgen: werkgevers die werknemers met een loon boven een bepaalde drempel in dienst hebben, betalen een extra heffing bovenop de reguliere loonbelasting. Deze heffing is een werkgeversheffing, wat betekent dat de kosten volledig voor rekening van de werkgever komen en niet worden verhaald op de werknemer. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over drempels, berekeningen, administratie en manieren om de heffing te beperken.
Welke loondrempel geldt voor pseudo-eindheffing in 2026?
In 2026 geldt de pseudo-eindheffing voor werknemers van wie het fiscale loon in het voorafgaande kalenderjaar hoger was dan 699.000 euro. Dit bedrag is de zogenoemde crisisheffingsgrens, die jaarlijks kan worden aangepast via de belastingwetgeving. Werkgevers die één of meerdere werknemers met een loon boven deze grens in dienst hebben of hadden, zijn verplicht de heffing te berekenen en af te dragen.
Het gaat hier nadrukkelijk om het fiscale loon van het voorgaande jaar, niet om het huidige jaarloon. Dit betekent dat een werkgever al vroeg in het jaar weet welke werknemers in scope vallen, omdat het referentiejaar al is afgesloten. Bonussen, aandelenopties en andere voordelen die tot het fiscale loon behoren, tellen mee bij het bepalen of de drempel is overschreden.
Voor het MKB is deze drempel in de praktijk minder vaak relevant dan voor grote corporates, maar ook kleinere bedrijven kunnen te maken krijgen met de heffing als zij directeuren-grootaandeelhouders of topspecialisten in dienst hebben met een hoog beloningspakket. Weet je niet zeker of jouw situatie onder de regeling valt? Op onze pagina voor wie wij werken zie je voor welke typen ondernemers en bedrijven wij als mobiliteitspartner actief zijn.
Hoe wordt de pseudo-eindheffing berekend voor werkgevers?
De pseudo-eindheffing wordt berekend door het tarief van 16 procent toe te passen op het deel van het fiscale loon dat boven de drempel van 699.000 euro uitkomt. Alleen het bovenmatige deel wordt belast, niet het volledige loon. De heffing wordt jaarlijks via de aangifte loonheffingen afgedragen aan de Belastingdienst.
Een concreet rekenvoorbeeld verduidelijkt dit. Stel dat een werknemer in het voorgaande jaar een fiscaal loon had van 800.000 euro. Het bovenmatige deel bedraagt dan 800.000 minus 699.000 euro, wat neerkomt op 101.000 euro. De pseudo-eindheffing is vervolgens 16 procent van 101.000 euro, ofwel 16.160 euro. Dit bedrag komt volledig voor rekening van de werkgever.
Belangrijk om te weten is dat de pseudo-eindheffing niet aftrekbaar is als loonkosten voor de vennootschapsbelasting op dezelfde manier als regulier loon. Dit maakt de effectieve kostenimpact groter dan het tarief op het eerste gezicht doet vermoeden. Werkgevers doen er goed aan dit mee te nemen in hun financiële planning aan het begin van het jaar.
Welke werknemers vallen onder de pseudo-eindheffing?
Alle werknemers van wie het fiscale loon in het voorgaande kalenderjaar de drempel van 699.000 euro overschreed, vallen onder de pseudo-eindheffing. Dit geldt ongeacht de functie, het soort contract of de sector. Zowel vaste medewerkers als tijdelijke krachten kunnen in scope vallen als hun loon hoog genoeg is.
In de praktijk gaat het bij het MKB vaak om directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) of hoogbetaalde specialisten. Bij een DGA speelt de vraag of het loon ook daadwerkelijk als fiscaal loon is verwerkt in de loonadministratie. Als het gebruikelijk loon van een DGA onder de drempel blijft, is er geen pseudo-eindheffing verschuldigd.
Werknemers die gedurende het jaar uit dienst zijn getreden, tellen ook mee als hun loon over het voorgaande jaar boven de grens lag. De heffing is gekoppeld aan het historische loon, niet aan de huidige dienstbetrekking. Dit kan verrassend uitpakken als een werkgever er niet tijdig bij stilstaat dat een inmiddels vertrokken medewerker toch nog aanleiding geeft tot een heffing.
Wat zijn de administratieve verplichtingen voor het MKB?
MKB-werkgevers zijn verplicht de pseudo-eindheffing zelf te berekenen en op te nemen in de aangifte loonheffingen over het tijdvak maart van het lopende jaar. Er is geen aparte aanslag van de Belastingdienst: de werkgever moet proactief vaststellen of er sprake is van een heffingsplichtige situatie en het bedrag correct aangeven.
De administratieve verplichtingen omvatten concreet:
- Het vaststellen van het fiscale loon per werknemer over het voorgaande kalenderjaar
- Het identificeren van werknemers die de drempel hebben overschreden
- Het berekenen van de verschuldigde heffing per werknemer
- Het opnemen van de totale heffing in de aangifte loonheffingen van maart
- Het bewaren van de onderliggende berekeningen als onderdeel van de loonadministratie
Voor veel MKB-bedrijven is het raadzaam om deze controle al in januari uit te voeren, zodat er voldoende tijd is om eventuele vragen aan de salarisadministrateur of belastingadviseur voor te leggen. Een vergissing of te late aangifte kan leiden tot een naheffing met rente en mogelijk een boete.
Hoe beïnvloedt pseudo-eindheffing de totale loonkosten?
Pseudo-eindheffing verhoogt de totale loonkosten voor de werkgever direct, omdat de heffing bovenop het nettoloon, de werkgeverslasten en eventuele bonussen komt. Voor elke euro loon boven de drempel betaalt de werkgever 16 eurocent extra aan de overheid, zonder dat de werknemer hier iets van merkt in zijn of haar uitbetaling.
De impact op de totale loonkosten is daarmee tweeledig. Ten eerste is er het directe effect van de heffing zelf. Ten tweede is er het indirecte effect op de beloningsstrategie: werkgevers die weten dat een bepaald beloningsniveau leidt tot extra heffingen, kunnen overwegen om beloningsstructuren aan te passen of de totale kosten mee te nemen in onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden.
Voor het MKB is de pseudo-eindheffing ook relevant in het kader van zakelijk leasen voor MKB. Een leaseauto als arbeidsvoorwaarde kan onderdeel zijn van een breder beloningspakket. Als de bijtelling van een leaseauto bijdraagt aan het overschrijden van de loondrempel, heeft dat directe gevolgen voor de heffingsplicht. Het is dan ook verstandig om leasekosten en fiscale looncomponenten in samenhang te bekijken.
Welke maatregelen kunnen MKB-werkgevers nemen om de heffing te beperken?
MKB-werkgevers kunnen de pseudo-eindheffing beperken door het fiscale loon van betrokken werknemers structureel onder de drempel te houden, door beloningscomponenten anders in te richten, of door een deel van de beloning te verschuiven naar niet-fiscale voordelen. Er is geen ontsnappingsroute die de heffing volledig vermijdt als het loon de grens overschrijdt, maar slimme planning kan de impact beperken.
Beloningsstructuur herzien
Een eerste maatregel is het herstructureren van variabele beloningen zoals bonussen. Als een eenmalige bonus ervoor zorgt dat een werknemer boven de drempel uitkomt, kan het spreiden van de uitbetaling over meerdere jaren of het omzetten naar andere vormen van beloning fiscaal voordeliger uitpakken. Dit vereist wel zorgvuldige afstemming met een belastingadviseur, omdat niet alle constructies fiscaal geoorloofd zijn.
Arbeidsvoorwaarden optimaliseren
Een tweede maatregel is het optimaliseren van arbeidsvoorwaarden die niet direct bijdragen aan het fiscale loon. Denk aan nettovergoedingen binnen de werkkostenregeling, opleidingsbudgetten of mobiliteitsoplossingen. Een goed ingericht operational leasecontract kan bijvoorbeeld onderdeel zijn van een pakket waarbij de werknemer een aantrekkelijke auto heeft zonder dat dit onevenredig bijdraagt aan een te hoog fiscaal loon.
Tot slot is tijdige monitoring essentieel. Werkgevers die gedurende het jaar bijhouden hoe het fiscale loon zich ontwikkelt, kunnen bijsturen voordat de grens wordt overschreden. Dit is eenvoudiger te organiseren dan achteraf te constateren dat er een heffing verschuldigd is die niet was begroot. Schakel hiervoor een salarisadministrateur of fiscalist in die vertrouwd is met de specifieke situatie van jouw bedrijf.
Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.





