Nee, een werkgever mag de pseudo-eindheffing niet doorbelasten aan de werknemer. De pseudo-eindheffing is een belastingmaatregel die uitsluitend de werkgever treft en bewust buiten het loon van de werknemer is gehouden. Doorbelasting is wettelijk niet toegestaan en kan leiden tot naheffingen en boetes.
De regeling is specifiek ontworpen om werkgevers te ontmoedigen buitensporig hoge lonen uit te keren, zonder dat dit ten koste gaat van de nettopositie van de werknemer. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de pseudo-eindheffing, van de juridische spelregels tot de praktische gevolgen voor jouw salarisadministratie.
Wat houdt de pseudo-eindheffing precies in?
De pseudo-eindheffing loonbelasting is een aanvullende heffing die werkgevers betalen over het loon van werknemers dat boven een bepaalde grens uitkomt. In 2026 geldt deze eindheffing voor het deel van het fiscale loon dat hoger is dan 150.000 euro per jaar. De werkgever betaalt over dat bovenmatige deel een extra heffing bovenop de reguliere loonbelasting.
De heffing wordt ook wel de “crisisheffing hoge lonen” of “eindheffing werkgever” genoemd, al is de term pseudo-eindheffing in de praktijk het meest gebruikelijk. Het woord “pseudo” verwijst naar het feit dat het geen echte eindheffing is in de klassieke zin: het gaat niet om een heffing over een voordeel dat al bij de werknemer is belast, maar om een zelfstandige werkgeversheffing.
Hoe wordt de grondslag berekend?
De grondslag voor de pseudo-eindheffing is het fiscale loon dat de werknemer in het voorafgaande kalenderjaar heeft ontvangen, voor zover dat boven de drempelgrens uitkomt. De werkgever berekent het meerdere en past daarop het geldende heffingspercentage toe. Dat percentage kan per jaar worden aangepast via de belastingwetgeving.
Voor wie geldt de regeling?
De pseudo-eindheffing werknemer raakt in de praktijk vooral grote organisaties met hoog betaalde medewerkers, zoals directieleden, senior managers en specialisten met een bovengemiddeld salaris. Maar ook het midden- en kleinbedrijf kan ermee te maken krijgen als een of meerdere werknemers boven de drempelgrens verdienen. De heffing geldt per individuele werknemer, niet op bedrijfsniveau.
Mag een werkgever de pseudo-eindheffing wettelijk doorbelasten?
Nee, het doorbelasten van de pseudo-eindheffing aan de werknemer is wettelijk niet toegestaan. De Wet op de loonbelasting bepaalt expliciet dat deze heffing een last is van de werkgever en niet verhaald mag worden op de werknemer. Dit is een bewuste keuze van de wetgever om de maatregel effectief te laten zijn als rem op excessieve beloningen.
Het verbod op doorbelasting betekent concreet dat de werkgever de pseudo-eindheffing niet mag inhouden op het nettoloon van de werknemer, niet mag verrekenen met een bonus of andere vergoeding, en ook niet contractueel mag vastleggen dat de werknemer de heffing voor zijn rekening neemt. Al deze constructies zijn in strijd met de wet.
De ratio achter dit verbod is duidelijk: als de werkgever de heffing simpelweg zou kunnen doorschuiven naar de werknemer, verliest de maatregel haar ontmoedigende werking volledig. De wetgever wil dat de financiële prikkel bij de werkgever blijft liggen, zodat die bewust nadenkt over het beloningsbeleid voor hoge lonen.
Wat zijn de gevolgen als een werkgever toch doorbelast?
Als een werkgever de pseudo-eindheffing toch doorbelast aan de werknemer, heeft dat directe fiscale en juridische gevolgen. Het bedrag dat de werknemer vergoedt of dat wordt ingehouden, wordt door de Belastingdienst aangemerkt als onterecht ingehouden loon. Dit kan leiden tot een naheffingsaanslag, rente en in ernstige gevallen een boete.
Vanuit arbeidsrechtelijk perspectief kan de werknemer bovendien aanspraak maken op terugbetaling van het ten onrechte ingehouden bedrag. De werknemer heeft immers recht op het afgesproken loon zonder aftrek van werkgeverslasten die wettelijk niet voor zijn rekening komen. Een rechter zal een contractuele bepaling die dit anders regelt, hoogstwaarschijnlijk nietig verklaren.
Naast de directe financiële gevolgen is er ook een reputatierisico. Werkgevers die proberen de heffing te omzeilen via creatieve constructies, lopen het risico op intensiever toezicht door de Belastingdienst op de gehele salarisadministratie. Het is dan ook verstandig om bij twijfel altijd een fiscalist of HR-adviseur te raadplegen.
Hoe kunnen werkgevers de extra loonkosten wel opvangen?
Werkgevers kunnen de extra last van de pseudo-eindheffing op een aantal legitieme manieren opvangen. De meest voor de hand liggende aanpak is het aanpassen van het beloningsbeleid, zodat toekomstige lonen bewust onder de drempelgrens blijven of de totale beloningsstructuur wordt herzien.
Andere strategieën die werkgevers in de praktijk toepassen:
- Beloningsstructuur herzien: Een deel van het salaris omzetten naar andere vormen van beloning, zoals pensioenopbouw, winstdeling of secundaire arbeidsvoorwaarden, kan de fiscale grondslag beïnvloeden.
- Timing van betalingen: Door bonussen of variabele beloningen bewust te spreiden over meerdere jaren, kan de grondslag per jaar worden verlaagd.
- Arbeidsrechtelijk overleg: Werkgevers kunnen in goed overleg met werknemers bezien of een andere beloningsopbouw voor beide partijen voordelig is, zolang dit niet neerkomt op het doorbelasten van de heffing zelf.
- Budgettering: De pseudo-eindheffing meenemen als vaste post in de begroting, zodat de financiële impact geen verrassing is aan het einde van het jaar.
Het is belangrijk dat al deze maatregelen worden genomen met inachtneming van de arbeidsrechtelijke en fiscale spelregels. Aanpassingen in het beloningsbeleid vereisen doorgaans instemming van de werknemer en soms ook van de ondernemingsraad.
Geldt de pseudo-eindheffing ook bij leaseauto’s of mobiliteitsvergoedingen?
Ja, leaseauto’s en mobiliteitsvergoedingen kunnen de grondslag voor de pseudo-eindheffing beïnvloeden, omdat de fiscale waarde ervan meetelt in het loon van de werknemer. De bijtelling voor een leaseauto wordt opgeteld bij het fiscale loon, en als dat totaal boven de drempelgrens uitkomt, telt het mee voor de eindheffing werkgever.
Dit is een punt dat werkgevers regelmatig over het hoofd zien. Een werknemer met een salaris net onder de drempelgrens kan door de bijtelling van een leaseauto alsnog boven de grens uitkomen. Dat maakt de keuze voor het type leaseauto en de hoogte van de bijtelling een bewuste financiële afweging voor de werkgever.
Hetzelfde geldt voor andere vergoedingen die tot het fiscale loon worden gerekend, zoals bepaalde onkostenvergoedingen of verstrekkingen die niet zijn vrijgesteld onder de werkkostenregeling. Vergoedingen die wel volledig onder de vrije ruimte van de werkkostenregeling vallen, tellen juist niet mee voor het fiscale loon en hebben daarmee geen invloed op de grondslag voor de pseudo-eindheffing.
Voor werkgevers die nadenken over zakelijke lease voor het MKB is het verstandig om de fiscale impact van de bijtelling mee te nemen in de totale loonkostenberekening. Bij Leaselabel helpen we bedrijven graag bij het vinden van een leaseoplossing die past bij zowel de mobiliteitsbehoeften als de financiële kaders van de organisatie. Bekijk ook ons leaseaanbod voor een overzicht van de mogelijkheden.




