Kennisbank › Zakelijk leasen voor zzp en mkb
Waarom wordt pseudo-eindheffing zwaarder voor MKB-werkgevers in 2027?
De pseudo-eindheffing wordt zwaarder voor MKB-werkgevers in 2027 omdat het kabinet de heffingsgrondslag verruimt en het tarief verhoogt voor werkgevers die fossiele auto’s ter beschikking stellen aan werknemers die ook woon-werkverkeer rijden. Voor kleinere bedrijven is deze verzwaring extra voelbaar: zij hebben minder financiële buffers, minder schaalvoordeel bij wagenparktransities en vaak een hogere verhouding leaserijders ten opzichte van het totale personeelsbestand. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe de heffing werkt, wat er precies verandert en wat jij als MKB-werkgever nu al kunt doen.
Hoe werkt de pseudo-eindheffing op hoge lonen?
De pseudo-eindheffing is een extra loonbelasting die werkgevers betalen bovenop het reguliere loon van werknemers. In de context van zakelijke mobiliteit gaat het specifiek om een heffing van 12% over de fiscale waarde van een fossiele personenauto die de werkgever ter beschikking stelt. De heffing komt volledig voor rekening van de werkgever en staat los van de bijtelling die de werknemer al betaalt.
De fiscale waarde die als grondslag dient, is voor auto’s jonger dan 25 jaar de catalogusprijs inclusief BPM, zoals vastgesteld in artikel 9 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de marktwaarde op het moment van terbeschikkingstelling. Een praktisch voorbeeld maakt dit concreet: een benzine- of dieselauto met een catalogusprijs van 30.000 euro leidt tot een pseudo-eindheffing van 3.600 euro per jaar, oftewel 300 euro per maand. Een hybride met een fiscale waarde van 35.000 euro kost de werkgever 4.200 euro per jaar extra aan belasting.
Belangrijk om te weten: alleen ritten die uitsluitend zakelijk van aard zijn, vallen buiten de heffing. Heeft een werknemer een geldige Verklaring geen privégebruik auto en vindt er ook werkelijk geen woon-werkverkeer plaats, dan is er geen grondslag voor de pseudo-eindheffing. Zodra er echter woon-werkverkeer plaatsvindt, geldt de heffing alsnog, ook als die verklaring bestaat. Zelfstandigen die via de inkomstenbelasting winstbelasting betalen, vallen buiten het bereik van deze maatregel: zij zijn geen inhoudingsplichtige in de zin van de loonbelasting.
Wat verandert er precies in 2027 voor werkgevers?
Vanaf 2027 wordt de pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s structureel zwaarder door een combinatie van een hoger tarief en een bredere toepassing van de heffingsgrondslag. De maatregel maakt deel uit van het bredere overheidsbeleid om de zakelijke mobiliteit te verduurzamen en het gebruik van fossiele voertuigen financieel minder aantrekkelijk te maken voor werkgevers.
Concreet betekent dit dat werkgevers die in 2026 nog relatief beperkte kosten hadden voor hun fossiele wagenpark, in 2027 met een merkbaar hogere aanslag te maken krijgen. De overheid stuurt bewust op dit effect: door de financiële prikkel bij de werkgever te leggen, wordt de transitie naar elektrische of emissievrije voertuigen versneld. Werkgevers die hun wagenpark nu nog niet hebben verduurzaamd, lopen daarmee het grootste risico op stijgende loonkosten in de komende jaren.
Voor werkgevers die zakelijk auto’s leasen voor MKB is het cruciaal om tijdig inzicht te krijgen in de samenstelling van het huidige wagenpark en de bijbehorende fiscale waarden. Alleen zo is de financiële impact van de wijziging in 2027 goed te begroten.
Waarom treft de verzwaring MKB-bedrijven harder dan grote ondernemingen?
De verzwaring van de pseudo-eindheffing treft MKB-werkgevers harder dan grote bedrijven omdat kleinere organisaties minder schaalvoordeel hebben bij de aanschaf of lease van elektrische voertuigen, minder financiële ruimte hebben om een snelle wagenparktransitie te financieren en de extra belastingdruk een groter aandeel vormt van hun totale personeelskosten.
Grote ondernemingen kunnen via raamcontracten gunstige condities bedingen voor elektrische leaseauto’s en hebben doorgaans een dedicated HR- of mobiliteitsafdeling die de transitie professioneel begeleidt. MKB-werkgevers moeten dit vaak naast hun reguliere bedrijfsvoering oppakken, zonder gespecialiseerde kennis in huis. Bovendien is de verhouding tussen het aantal leaserijders en het totale personeelsbestand bij kleinere bedrijven vaak hoger, waardoor de heffing relatief meer druk legt op de loonkosten per medewerker.
Daar komt bij dat MKB-bedrijven vaker werken met medewerkers die voor hun werk afhankelijk zijn van een auto, zoals servicemonteurs, vertegenwoordigers of adviseurs. Het afschaffen of terugdringen van de leaseauto is in die gevallen geen reële optie, wat de speelruimte om de heffing te ontwijken beperkt.
Welke loonkosten vallen onder de nieuwe berekening?
Onder de pseudo-eindheffing vallen de kosten die samenhangen met het ter beschikking stellen van een fossiele personenauto aan een werknemer, waarbij de grondslag de catalogusprijs inclusief BPM is. Het gaat uitdrukkelijk om auto’s die ook voor woon-werkverkeer worden gebruikt. Puur zakelijke ritten zonder enig privé- of woon-werkgebruik vallen buiten de berekening.
De heffing van 12% wordt berekend over de fiscale waarde van de auto, niet over de werkelijke leaseprijs of de kosten die de werkgever maandelijks betaalt. Dit betekent dat een werkgever met een duur wagenpark een hogere heffing betaalt, ongeacht of hij de auto financial leaset, operationeel leaset of in eigendom heeft. De manier van financieren is voor de pseudo-eindheffing niet relevant: het gaat om de terbeschikkingstelling aan de werknemer.
Hybride voertuigen vallen eveneens onder de heffing, omdat zij nog steeds een fossiele verbrandingsmotor hebben. Volledig elektrische auto’s zijn vrijgesteld, wat direct verklaart waarom de overheid de maatregel inzet als verduurzamingsinstrument. Werkgevers die hun wagenpark al gedeeltelijk hebben geëlektrificeerd, zien hun heffingsgrondslag navenant dalen.
Wat kunnen MKB-werkgevers doen om de impact te beperken?
MKB-werkgevers kunnen de impact van de verzwaarde pseudo-eindheffing beperken door hun wagenpark te verduurzamen, de fiscale waarden van lopende leasecontracten te inventariseren en bij nieuwe contracten bewust te kiezen voor elektrische alternatieven. Dit zijn de meest effectieve stappen:
- Inventariseer het huidige wagenpark: Breng voor elke ter beschikking gestelde auto de catalogusprijs inclusief BPM in kaart. Zo weet je precies wat de heffingsgrondslag is en welke auto’s de meeste belastingdruk genereren.
- Kies bij contractverlenging voor elektrisch: Zodra een leasecontract afloopt, is dat het ideale moment om over te stappen op een elektrisch voertuig. Elektrische auto’s zijn volledig vrijgesteld van de pseudo-eindheffing.
- Controleer de verklaringen geen privégebruik: Als een werknemer aantoonbaar geen woon-werkverkeer rijdt en een geldige verklaring heeft, vervalt de grondslag voor de heffing. Zorg dat de administratie hiervan op orde is.
- Bereken de totale mobiliteitskosten opnieuw: De pseudo-eindheffing verandert de businesscase voor leaseauto’s. Gebruik een lease calculator om de werkelijke kosten per voertuig inzichtelijk te maken, inclusief de extra heffing.
- Overweeg alternatieve mobiliteitsoplossingen: Voor functies waarbij een vaste auto niet strikt noodzakelijk is, kunnen mobiliteitsbudgetten of deelauto’s een kostenefficiënter alternatief zijn.
Wij zien bij Leaselabel dat MKB-werkgevers die tijdig in gesprek gaan over hun wagenpark de meeste ruimte hebben om slimme keuzes te maken. Een persoonlijke accountmanager kan helpen om de contracten te beoordelen en een transitieplan op te stellen dat past bij de bedrijfssituatie.
Wanneer moet een MKB-werkgever actie ondernemen?
MKB-werkgevers moeten nu, in 2026, actie ondernemen. Leasecontracten hebben doorgaans een looptijd van drie tot vier jaar, wat betekent dat contracten die vandaag worden afgesloten of verlengd, direct doorlopen in de periode waarin de verzwaarde heffing van kracht is. Wie wacht tot 2027, zit vast aan lopende contracten en heeft nauwelijks nog speelruimte.
De eerste stap is een volledige inventarisatie van alle lopende leasecontracten: welke auto’s worden ter beschikking gesteld, wat zijn de fiscale waarden en wanneer lopen de contracten af? Op basis daarvan kan worden bepaald welke contracten prioriteit hebben bij de overstap naar elektrisch en welke heffingskosten in de tussentijd ingecalculeerd moeten worden in de begroting.
Daarnaast is het verstandig om de salarisadministrateur of fiscaal adviseur nu al te betrekken bij de voorbereiding. De berekening van de pseudo-eindheffing moet correct worden verwerkt in de loonaangifte, en fouten daarin leiden tot naheffingen met rente. Vroegtijdig handelen voorkomt verrassingen en geeft de ruimte om weloverwogen keuzes te maken over het toekomstige mobiliteitsbeleid.
Voor MKB-werkgevers die hun mobiliteitsbeleid willen herijken, biedt ons aanbod voor verschillende doelgroepen een goed vertrekpunt om te ontdekken welke leaseoplossingen aansluiten bij de specifieke bedrijfssituatie, zonder onnodige bureaucratie of onduidelijke voorwaarden.
Lees ook over zakelijk leasen voor zzp en mkb
Alle artikelen over zakelijk leasen voor zzp en mkb