Kennisbank › Zakelijk leasen voor zzp en mkb
Welke maatregelen kan een MKB-werkgever nemen tegen hoge pseudo-eindheffing?
Een MKB-werkgever kan de pseudo-eindheffing verlagen door beloningsstructuren aan te passen, hoge lonen te spreiden of te herstructureren, gebruik te maken van de overgangsregeling voor leaseauto’s en arbeidsvoorwaarden strategisch in te richten. De pseudo-eindheffing treft met name werkgevers die werknemers met een fiscaal loon boven een bepaalde grens in dienst hebben of die bij ontslag hoge vertrekvergoedingen betalen. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over de pseudo-eindheffing voor MKB-werkgevers en laat zien welke concrete stappen je kunt zetten.
Wat is de pseudo-eindheffing en hoe wordt die berekend?
De pseudo-eindheffing is een aanvullende werkgeversheffing in de loonbelasting die bovenop de reguliere loonheffing komt. De werkgever betaalt deze heffing zelf en mag die niet rechtstreeks doorberekenen aan de werknemer. De berekening verschilt per situatie: bij hoge lonen geldt een percentage over het loon boven een bepaalde drempel, bij ontslagvergoedingen geldt een tarief over het excessieve deel.
In de loonbelasting kent Nederland meerdere vormen van pseudo-eindheffing. De bekendste zijn de heffing op hoge lonen (de zogenoemde crisisheffing die in een andere vorm terugkeerde), de heffing op excessieve vertrekvergoedingen en de heffing op het privégebruik van fossiele leaseauto’s die vanaf 2027 geldt. Al deze varianten hebben gemeen dat de werkgever de belastingplichtige is, niet de werknemer.
De aangifte en betaling verlopen via de reguliere loonheffingaangifte. Voor de nieuwe heffing op fossiele leaseauto’s geldt een uitgestelde betaaltermijn: de heffing over een bepaald kalenderjaar moet worden aangegeven en voldaan tegelijk met de aangifte over het tweede tijdvak van het volgende jaar. Concreet betekent dit dat de heffing over 2027 pas in het tweede tijdvak van 2028 hoeft te worden afgedragen.
Welke situaties leiden tot een hoge pseudo-eindheffing?
Een hoge pseudo-eindheffing ontstaat vooral in drie situaties: wanneer werknemers een fiscaal loon ontvangen dat ver boven de wettelijke drempel uitkomt, wanneer er sprake is van een hoge vertrekvergoeding bij ontslag, of wanneer meerdere werknemers beschikken over een fossiele leaseauto die ook privé wordt gebruikt. Hoe meer werknemers in deze categorieën vallen, hoe groter de totale heffing voor de werkgever.
Hoge lonen boven de drempelgrens
Bij de pseudo-eindheffing op hoge lonen betaalt de werkgever een heffing over het deel van het fiscale jaarloon dat boven een wettelijk vastgestelde grens uitkomt. Voor een MKB-bedrijf met een of meer goed betaalde specialisten, directeuren of salesmedewerkers met variabele bonussen kan dit snel oplopen. Bonussen, winstdelingen en andere variabele beloningscomponenten tellen mee voor het fiscale loon en verhogen daarmee de grondslag van de heffing.
Excessieve vertrekvergoedingen bij ontslag
Bij ontslag kan een werkgever te maken krijgen met de pseudo-eindheffing op excessieve vertrekvergoedingen. Dit speelt wanneer de vertrekvergoeding samen met het reguliere loon een bepaalde grens overschrijdt. Voor MKB-werkgevers die afscheid nemen van een werknemer die langdurig in dienst is geweest of van een directeur, kan dit een onverwachte extra kostenpost zijn bovenop de al overeengekomen ontslagvergoeding.
Fossiele leaseauto’s beschikbaar voor privégebruik
Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing voor werkgevers die fossiele personenauto’s ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik. Zelfs als een auto maar een deel van een kalendermaand beschikbaar is gesteld, geldt die gehele maand als belaste periode. Voor een MKB-bedrijf met meerdere leaserijders in een fossiel wagenpark kan dit een substantiële extra last betekenen.
Hoe kan een MKB-werkgever de pseudo-eindheffing verlagen?
Een MKB-werkgever kan de pseudo-eindheffing verlagen door hoge lonen te herstructureren, ontslagvergoedingen slim te spreiden, het wagenpark te verduurzamen en gebruik te maken van de overgangsregeling voor bestaande leaseauto’s. De meest effectieve aanpak hangt af van welke variant van de pseudo-eindheffing het meest drukt op de loonkosten.
Voor de heffing op hoge lonen is het de moeite waard om beloningscomponenten te heroverwegen. Denk aan het omzetten van een bonus naar een andere vergoedingsvorm die niet of minder zwaar in de grondslag valt, of het spreiden van variabele betalingen over meerdere jaren zodat het fiscale jaarloon onder de drempel blijft. Dit vereist zorgvuldige afstemming met een fiscalist, maar kan voor MKB-bedrijven met een beperkt aantal hoogbetaalde medewerkers al snel een merkbaar verschil maken.
Voor de leaseauto-heffing is de meest directe maatregel het overstappen op elektrische of andere niet-fossiele voertuigen. Op die auto’s is de pseudo-eindheffing niet van toepassing. Werkgevers die hun wagenpark willen verduurzamen, kunnen bij ons terecht voor zakelijke lease voor MKB waarbij elektrische modellen een logische keuze zijn. Daarnaast biedt de overgangsregeling tijdelijk soelaas: fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, vallen tot en met 16 september 2030 buiten de heffing.
Een andere praktische maatregel is het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden. Werkgevers mogen de heffing zelf niet doorberekenen aan de werknemer, maar kunnen wel indirect de kosten verdisconteren door bijvoorbeeld een hogere eigen bijdrage voor de leaseauto te vragen. Dit verlaagt weliswaar niet de heffingsgrondslag zelf, maar compenseert de werkgever voor de extra last.
Wat is het verschil tussen pseudo-eindheffing bij ontslag en bij hoog loon?
Het belangrijkste verschil is de grondslag en het moment van heffing. De pseudo-eindheffing bij ontslag slaat neer op het excessieve deel van een vertrekvergoeding en is eenmalig verschuldigd op het moment van beëindiging van het dienstverband. De heffing op hoog loon is een jaarlijkse heffing over het deel van het reguliere fiscale jaarloon dat boven de wettelijke drempel uitkomt.
Bij ontslag gaat het om de combinatie van het reguliere loon en de vertrekvergoeding in het ontslagjaar. Als die combinatie een bepaald bedrag overschrijdt, betaalt de werkgever een percentage over het excessieve deel. Dit maakt ontslag van goed verdienende werknemers fiscaal zwaarder dan het op het eerste gezicht lijkt. Voor MKB-werkgevers is het verstandig om bij het onderhandelen over een ontslagvergoeding altijd de fiscale gevolgen mee te nemen in de berekening.
Bij de heffing op hoog loon gaat het om de structurele beloningssituatie. Elk jaar dat een werknemer boven de drempel verdient, is de werkgever de heffing verschuldigd. Dit maakt het een doorlopende kostenpost die bij de jaarlijkse loonkostenplanning hoort te worden meegenomen.
Wanneer is het slim om een beloningsstructuur aan te passen?
Het aanpassen van een beloningsstructuur is slim wanneer het fiscale jaarloon van een of meer werknemers structureel boven de drempelgrens voor pseudo-eindheffing uitkomt, of wanneer variabele beloningscomponenten onbedoeld zorgen voor piekjaren die de heffing activeren. Hoe eerder in het jaar de analyse wordt gemaakt, hoe meer ruimte er is om bij te sturen.
Een herstructurering is het meest effectief als die wordt doorgevoerd vóór het begin van een nieuw kalenderjaar. Wijzigingen halverwege het jaar hebben beperkt effect op de grondslag van dat jaar, maar kunnen het volgende jaar al volledig doorwerken. Denk aan het omzetten van een jaarbonus naar een kwartaalbonus die per tijdvak lager uitvalt, of het inzetten van niet-belaste vergoedingen en arbeidsrechtelijke voordelen als alternatief voor loonsverhoging.
Voor MKB-bedrijven die groeien en steeds meer werknemers in hogere loonschalen hebben, is het verstandig om de beloningsstrategie jaarlijks te toetsen aan de actuele fiscale drempelwaarden. Wat vorig jaar onder de grens viel, kan dit jaar door cao-verhogingen of bonussen net daarboven uitkomen.
Welke rol speelt een leasepakket bij het beperken van loonkosten?
Een goed ingericht leasepakket kan bijdragen aan het beperken van loonkosten doordat het een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket biedt zonder dat het fiscale jaarloon stijgt. Een leaseauto heeft een vaste bijtelling die los staat van het brutoloon, waardoor werknemers extra mobiliteitsvoordeel ervaren zonder dat de werkgever direct meer brutoloon hoeft te betalen.
Vanaf 2027 verandert dit beeld voor fossiele leaseauto’s door de nieuwe pseudo-eindheffing. Werkgevers die nu al nadenken over hun wagenpark, doen er verstandig aan om de overstap naar elektrisch rijden in te plannen. Elektrische leaseauto’s vallen buiten de heffing en zijn daarmee op de lange termijn financieel voordeliger voor de werkgever. Via onze lease calculator is snel te berekenen wat de maandelijkse kosten zijn voor een elektrisch alternatief.
Daarnaast biedt een leasepakket als arbeidsvoorwaarde de mogelijkheid om een eigen bijdrage van de werknemer te vragen. Die eigen bijdrage verlaagt de fiscale bijtelling voor de werknemer en kan voor de werkgever dienen als gedeeltelijke compensatie voor de kosten van het wagenpark. Bij de inrichting van een zakelijk operational lease pakket is het verstandig om deze mogelijkheden van tevoren goed door te rekenen, zodat het leasepakket bijdraagt aan een efficiënte loonkostenstructuur in plaats van die te verzwaren.
Kortom, een doordacht leasepakket is geen geïsoleerde arbeidsvoorwaarde maar een onderdeel van de bredere strategie om loonkosten beheersbaar te houden. Voor MKB-werkgevers die willen voorkomen dat de pseudo-eindheffing onnodig oploopt, is het verduurzamen van het wagenpark één van de meest concrete en uitvoerbare maatregelen die op korte termijn resultaat opleveren.
Lees ook over zakelijk leasen voor zzp en mkb
Alle artikelen over zakelijk leasen voor zzp en mkb